-------------------------------------------------------------------------------
ATI Fire GL2 grafische versneller
ATI Fire GL3 grafische versneller
ATI Fire GL4 grafische versneller
ATI Fire GL4s grafische versneller
FGL Graphics Fire GL videodriver
voor Windows NT 4.0 en Windows 2000
Release 04.2002
Windows NT 4.0 driver versie 4.10.1381.2088
Windows 2000 driver versie 5.12.2195.2088
Windows XP driver versie 6.12.10.2088
-------------------------------------------------------------------------------
Lees dit document eerst volledig door. Dit bestand kan extra informatie bevatten die niet in de gedrukte documentatie of de online help staat.
AANWIJZINGEN: (1) De uitdrukking 'Fire GL' heeft in dit document betrekking op de volgende grafische versnellers Fire GL2, Fire GL3, Fire GL4,
Fire GL4s
(2) De Fire GL4s heeft slechts één monitoraansluiting, de Fire GL4 heeft twee monitoraansluitingen.
Inhoud van dit READ-ME - bestand:
1. ALGEMENE INFORMATIE
1.1 Inbouwen van de Fire GL grafische versneller
2. INSTALLATIE VAN DE Fire GL VIDEODRIVER
2.1 Installatie van de Fire GL driver met
ATI Fire GL-cd
2.2 Installatie van de Fire GL videodriver met
download van de ATI Fire GL Website
3. WIJZIGEN VAN DE VIDEO-INSTELLINGEN
3.1 Instellen van resolutie en vernieuwingsfrequentie
3.2 Instellen van een DualScreen-configuratie (Fire GL3 en Fire GL4)
3.3 Monitorkeuze
3.4 Afstellen van de monitorweergave
3.5 Geavanceerde instellingen gebruiken
4. VERWIJDEREN VAN DE Fire GL VIDEODRIVER
5. CONFIGURATIE EN INFORMATIE
5.1 ATI informatiedialoog
5.2 ATI configuratiemenu (alleen voor ervaren gebruikers!)
6. SERVICE, SUPPORT EN SOFTWARE UPGRADES
7. RESOLUTIES, KLEURDIEPTEN EN VERNIEUWINGSFREQUENTIES
1. ALGEMENE INFORMATIE
-------------------------
1.1 Inbouwen van de Fire GL grafische versneller
---------------------------------------------
De handleiding voor het inbouwen van de Fire GL grafische versneller
in uw computer vindt u in de gebruikersdocumentatie van uw computer.
AANWIJIZNGEN: (1) Het slot dat naast de AGP-gleuf ligt, wordt bij de Fire Gl3,
Fire GL4 en de Fire GL4s eveneens door de kaarthaak bedekt.
(2) Wanneer u de Fire GL als vervanging van een aanwezige videokaart
wilt inbouwen, installeer dan eerst de standaard VGA-driver
(alleen bij Windows NT4.0), voordat u de computer uitschakelt
en de aanwezige videokaart verwijdert.
(3) Fire GL2: op de Fire GL2 kan slechts één monitor worden
aangesloten:
- analoge VGA-monitor (aan de VGA-uitgangsstekker), of
- digitale CRT / DFP - monitor (aan de DVI-uitgangsstekker)
De Fire GL2 ondersteunt niet het gebruik van twee monitoren op
één kaart.
Fire GL3/GL4: er kunnen één of meer twee monitoren worden
aangesloten:
- analoge VGA-beeldschermen via de meegeleverde VGA->DVI-I
- digitaal CRT / TFT-LCD beeldscherm direct
Wanneer er één monitor wordt aangesloten, let er dan op dat deze
via de DVI-aansluiting '1' op de kaart wordt aangesloten.
(4) De drivers werden exclusief ontwikkeld voor de support van de Fire grafische versnellers die werken onder Windows NT 4.0/Windows. De drivers ONDERSTEUNEN GEEN andere grafische kaarten en/of besturingssystemen.
2. INSTALLATIE VAN DE Fire GL VIDEODRIVER
-------------------------------------------
Het is noodzakelijk de basisdriver voor Windows NT/Windows 2000 te
Installeren wanneer
- er een videokaart in het systeem wordt ingebouwd
- het besturingssysteem opnieuw wordt geïnstalleerd of wordt geactualiseerd
BELANGRIJK! - Voordat de Fire GL driver wordt geïnstalleerd, moet
Windows NT 4.0(Service Pack 5)/Windows 2000 zijn geïnstalleerd.
Het Service Pack staat u eventueel ter beschikking via de website van
Microsoft www.microsoft.com. Om Fire GL drivers te kunnen installeren of
de-installeren dient u over administratorrechten te beschikken of dient u
onder Windows NT of Windows 2000 als gebruiker te zijn aangemeld.
AANWIJZING: sluit voorafgaand aan de installatie van de Fire GL
Videodriver alle openstaande toepassingsprogramma's en deactiveer alle
anti-virusprogramma's op uw systeem, tot de installatie is afgesloten!
2.1 Installatie van de Fire GL driver met de ATI Fire GL-cd
---------------------------------------------------------------
Aanwijzing voor Windows 2000: klik op 'Afbreken' wanneer de 'Wizard hardware'
wordt opgeroepen. Wanneer u in het venster 'Gewijzigde systeeminstellingen'
wordt gevraagd de computer te herstarten, klik dan op 'Nee'.
1. Klik op de knop 'Start' in de Windows Taakbalk en kies vervolgens de
menuoptie 'Uitvoeren'. Kies nu uit de hoofddirectory van de bijbehorende
ATI Fire GL-cd Graphics cd het bestand 'START.EXE'.
2. Klik vervolgens op 'Start installatie'.
3. Klik op de knop van de gewenste soort installatie. Wanneer de optie
'Aangepast' wordt gekozen, verschijnt er een lijst met softwarecomponenten
op het beeldscherm
Activeer nu de gewenste optie(s) door de betreffende vakjes aan te vinken.
4. Klik op 'Volgende' om door te gaan met de installatie.
5. Zodra in het installatievenster 'ATI Fire GL install' de componenten worden
getoond die moeten worden geïnstalleerd, klik dan op 'Volgende'. (Al
naargelang de component, kunnen verschillende dialoogvensters worden
getoond.
Klik op de gewenste knop en ga door).
6. Klik op 'Volgende' wanneer het bericht wordt getoond dat de installatie is
afgesloten. Daardoor wordt het systeem herstart.
Aanwijzing voor Windows 2000: na het opstarten van Windows 2000 wordt de
systeemmelding 'Nieuwe hardware gevonden' en wordt het dialoogvenster
'Digital Signature niet gevonden' getoond. Klik voor het doorgaan met de
installatie van de apparaatdriver op 'Ja', wanneer het systeem vraagt of u
door wilt gaan met de installatie.
7. Klik op Start > Instellingen > Configuratiescherm > Eigenschappen voor
Beeldscherm > Instellingen of klik met de rechter muisknop op een
willekeurig punt op het Bureaublad en kies 'Eigenschappen' -
'Instellingen'.
8. Stel de resolutie en (NT4.0)de vernieuwingsfrequentie zodanig in, dat
deze het beste passen bij uw wensen en de mogelijkheden van de monitor.
OPMERKING: Voor een multimonitor-configuratie onder Windows 2000 klik eerst
op het monitorpictogram dat overeenkomt met de grafische versneller die
wordt geïnstalleerd
9. Bevestig de ingestelde instellingen met OK.
!!!WAARSCHUWING!!!
Het instellen van resoluties en vernieuwingsfrequenties die niet door de
monitor worden ondersteund, kunnen ernstige schade aan de monitor toebrengen.
Controleer in de documentatie van de monitor de gegevens betreffende de
ondersteunde resoluties en vernieuwingsfrequenties.
2.2 Installatie van de Fire GL videodriver met
download van de ATI Fire GL website
------------------------------------------------------------
LET OP! - Voordat de Fire GL driver wordt geïnstalleerd, moet het Windows NT
4.0(Service Pack 5)/Windows 2000 zijn geïnstalleerd.
Indien nodig, is het Service Pack beschikbaar via de website van Microsoft
www.microsoft.com.
Installatie van de videodriver: voer het '*.exe'-bestand uit dat bij het
downloaden is ontvangen en volg de aanwijzingen op het beeldscherm.
3. WIJZIGEN VAN DE VIDEOINSTELLINGEN
--------------------------------
Met het tabblad van het dialoogvenster 'Eigenschappen van Beeldscherm' bestaat
de mogelijkheid de beste videoinstellingen in te stellen.
Windows NT 4.0
Instellingen: resolutie en vernieuwingsfrequentie instellen
ATI Monitor: monitor selecteren
ATI DualScreen (Fire GL3 en Fire GL4): gebruik van twee beeldschermen
activeren/
ATI configureren
ATI Afstellen: beeldschermweergave afstellen
ATI Geavanceerde instellingen: activeren van offscreen rendering, stereobril,
fullscene antialiasing, autostereoscopisch 3D-beeldscherm
Windows 2000
Instellingen: resolutie instellen
Instellingen/Geavanceerd.../ATI Monitor: monitor selecteren en
vernieuwingsfrequenie instellen
Instellingen/Geavanceerd.../ATI Monitor: monitor selecteren
(alleen bij gebruik van twee beeldschermen)
Instellingen/Geavanceerd.../ATI DualScreen
(Fire GL3 en Fire GL4): gebruik van twee beeldschermen activeren
Instellingen/Geavanceerd../ATI Afstellen: beeldschermweergave afstellen
Instellingen/Geavanceerd../ATI Geavanceerde instellingen: activeren van
offscreen-rendering, stereobril, fullscene antialiasing, autostereoscopisch
3D-beeldscherm,
Oproepen van het dialoogvenster 'Eigenschappen voor Beeldscherm':
1. Start Windows NT 4.0 / Windows 2000.
2. Klik na het opstarten van Windows op 'Start' >
'Instellingen' > 'Configuratiescherm'.
3. Dubbelkik op het pictogram 'Beeldscherm' en het dialoogvenster
'Eigenschappen voor Beeldscherm' wordt geopend.
Aanwijzing: Het dialoogvenster 'Eigenschappen voor Beeldscherm' kan ook
worden opgeroepen door met de rechter muisknop op een willekeurige plek op
het Windows bureaublad te klikken en in het opgeroepen menu de optie
'Eigenschappen' te kiezen.
3.1 Instellen van resolutie en vernieuwingsfrequentie
--------------------------------------------------
Windows NT 4.0
Kies in het dialoogvenster 'Eigenschappen voor Beeldscherm' het tabblad
'Instellingen'.
Kies de resolutie en vernieuwingsfrequentie, die het beste passen bij de
mogelijkheden van de monitor.
Fire GL3 / Fire GL4 : de instellingen voor de vernieuwingsfrequentie hebben
altijd betrekking op beide monitoren, indien er twee monitoren op de Fire GL3
of de Fire GL4 zijn aangesloten.
Windows 2000
Kies in het dialoogvenster 'Eigenschappen voor Beeldscherm' het tabblad
'Instellingen'.
Stel nu de resolutie ('Beeldschermbereik') in die het beste past bij uw wensen
en de prestaties van de monitor.
Kies via het dialoogvenster 'Eigenschappen voor Beeldscherm' >
Instellingen > Geavanceerd... > (Windows)Monitor.
Stel onder 'Monitorinstellingen' de vernieuwingsfrequentie voor de monitor
in, die op de Fire GL2 / Fire GL3 is aangesloten.
Fire GL3 en Fire GL4: de instellingen voor de vernieuwingsfrequentie hebben
altijd betrekking op beide monitoren, indien er twee monitoren op de Fire GL3
of de Fire GL4 zijn aangesloten.
Kijk in de online help van Windows 2000 of in de documentatie voor andere
instelmogelijkheden die de tabbladen 'Instellingen' en 'Monitor' te bieden
hebben.
AANWIJZINGEN: (1) Kijk in de documentatie behorend bij de monitor,
Of de door u gewenste instellingen wat betreft resolutie
vernieuwingsfrequentie ook door uw monitor worden ondersteund.
(2) Fire GL3 en Fire GL4: gebruik het tabblad 'ATI DualScreen'
(zie 3.2) om het gebruik van twee monitoren te activeren.
(3) Gebruik het tabblad 'ATI Afstellen' (zie 3.4) wanneer de
beeldschermweergave van de monitoren die op de Fire GL-kaart zijn aangesloten,
moet worden veranderd.
(4) Bij gebruikmaking van stereobrillen: stel altijd een
vernieuwingsfrequentie in van 120 Hz en activeer bovendien 'Quad Buffer
Stereo' in het tabblad 'ATI Geavanceerd' (zie 3.5).
3.2 Instellen van een DualScreen configuratie (Fire GL3 und Fire GL4)
----------------------------------------------------------------------
1. Windows NT 4.0: Kies in het tabblad 'ATI DualScreen' het dialoogvenster
'Eigenschappen voor Beeldscherm'.
Windows 2000: kies het tabblad 'ATI DualScreen' via Eigenschappen voor
beeldscherm > Instellingen > Geavanceerd > ATI DualScreen.
Gebruik de contextgevoelige online help voor meer informatie voor het
instellen van de DualScreen configuratie.
2. Kies 'Gebruik van twee beeldschermen' actief om de beeldschermresoluties
voor een DualScreen-configuratie in het dialoogvenster 'Instellingen' te
activeren. Het deactiveren van deze optie staat alleen resoluties voor
enkele monitoren toe.
AANWIJZINGEN: (1) klik in het tabblad 'ATI DualScreen' op één van de
monitorafbeeldingen om de betreffende monitor te identificeren. Voorbeeld:
door op de rechter monitorafbeelding te klikken, wordt op de tweede monitor
(de rechter) een '2' weergegeven.
(2) Alleen Windows 2000: 'Gebruik van twee beeldschermen actief'
deactiveert automatisch onder 'Eigenschappen voor Beeldscherm\
Instellingen\ Geavanceerd\
(Windows) Beeldscherm' die Windowsopties, die niet door de huidige monitor
worden uitgevoerd. Wanneer dit keuzevakje met de hand weer wordt
geactiveerd, staan de ATI DualScreen-resoluties niet langer ter
beschikking.
3. Kies de gewenste 'Positie van de beeldschermen'
'Volledig beeld'- Kies met deze optie of u een volledig beeld wilt
weergeven 'Op alle' monitoren of alleen op de 'Huidige monitor' - waarop
zich de muis bevindt.
'Venster'- Hier kan gekozen worden op welke beeldschermpositie het venster
wordt weergeven dat in grootte kan worden veranderd en dat normaal
gesproken gecentreerd op het beeldscherm verschijnt.
'Ongewijzigd' of op die monitor 'Verschuiven' waarop het bovenste linker
beeldschermgebied is weergegeven.
'Meldingen'- Kies een monitor waarop de meldingen van Windows worden
weergegeven, die normaal gesproken gecentreerd op het beeldscherm
verschijnen. Daardoor wordt het werkoppervlak van de andere monitor vrij
gehouden. Als andere mogenlijkheid kunnen de meldingen ook 'ongewijzigd'
worden weergegeven.
4. Klik op 'Voltooien' of op 'OK' om de 'ATI DualScreen'-
instellingen over te nemen.
5. Kies het tabblad 'Instellingen' uit het dialoogvenster
'Eigenschappen voor Beeldscherm'.
6. Kies een resolutie voor gebruik van twee beeldschermen - deze komt overeen
met de dubbele horizontale resolutie van een enkele monitor.
Voorbeeld: de resolutie 1024 x 768 voor een enkele monitor komt bij het
gebruik van twee beeldschermen overeen met de resolutie 2048 x 768.
3.3 Monitorkeuze
----------------
AANWIJZINGEN: (1) Fire GL2 en Fire GL4s: het tabblad 'ATI Monitor'
bestaat alleen onder Windows NT 4.0.
(2) Fire GL3 en Fire GL4: onder Windows 2000 is het tabblad
'ATI Monitor' alleen geactiveerd, wanneer het gebruik van twee
monitoren via het tabblad 'ATI DualScreen' is geïnitialiseerd (zie 3.2).
(3) Voor het gebruik van een "Dresden 3D Display"-monitor moet "D4D" in het
tabblad 'ATI Geavanceerde instellingen' worden geactiveerd(zie 3.5).
Kies in het tabblad 'ATI Monitor' in het dialoogvenster
'Eigenschappen voor Beeldscherm'. (Fire GL3/GL4/Windows 2000: via
Eigenschappen voor Beeldscherm > Instellingen > Geavanceerd > ATI Monitor)
Gebruik de contextgevoelige online help voor meer informatie over het kiezen
van de monitor.
A. Stel de gewenste gebruiksmodus voor de geselecteerde monitor in:
Ingestelde modus
-------------------
Gebruik de resolutie en de vernieuwingsfrequenties voor deze monitor
zoals deze onder het tabblad 'Instellingen' in het dialoogvenster
'Eigenschappen voor Beeldscherm' werden ingevoerd. Door deze optie wordt
het mogelijk onbeperkt gebruik te maken van de mogelijkheden wat betreft
resolutie en vernieuwingsfrequentie die deze videochip kent.
LET OP!
Het kiezen van resoluties en vernieuwingsfrequenties die niet door de
monitor worden ondersteund, kunnen ernstige schade aan de monitor
toebrengen.
Controleer in de documentatie van de monitor de gegevens betreffende de
ondersteunde resoluties en vernieuwingsfrequenties.
Vanuit de lijst kiezen
----------------------
Gebruik de voor de monitor optimale instellingen voor resolutie en
vernieuwingsfrequentie.
Kies in de getoonde monitorlijst uw monitor door eerst de betreffende
fabrikant in de lijst te lokaliseren en te markeren. Klik nu op het
plusteken (+) en kies uw monitor.
In de lijst rechts in het dialoogvenster staan de beschikbare
monitorresoluties en de voor iedere resolutie maximale verticale frequentie
die door de geselecteerde monitor wordt ondersteund.
Wanneer de geselecteerde monitor de huidige videomodus niet ondersteund,
zoals dit in het dialoogvenster 'Instellingen' werd vastgelegd - wordt de
betreffende resolutie/vernieuwingsfrequentie (verticale frequentie)
automatisch verminderd.
Alle door de huidig gekozen resolutie ondersteunde vernieuwingsfrequenties
worden getoond.
Klik ter bevestiging van de monitorkeuze op de knop 'Voltooien' of. 'OK'.
Mocht het type monitor niet in de getoonde lijst staan, en is er een driverdiskette van uw monitorfabrikant beschikbaar, dan is het mogelijk met behulp van de knop 'Diskette...' deze lijst overeenkomstig aan te vullen. Klik daartoe op de knop 'Diskette...', plaats de diskette en kies de directory of het bestand met de benodigde monitorgegevens.
Kies nu de monitor en bevestig met 'Voltooien' of 'OK'.
Aanwijzing: Klik op de knop 'Display Fire GL Monitor List
(Fire GL monitorlijst weergeven), om van de diskette van de fabrikant
over te schakelen naar de interne monitorlijst.
DDC Monitor
-----------
Activeer deze optie en klik op de knop 'Voltooien' of 'OK', wanneer de
driver bij opnieuw opstarten resp. herstart van Windows automatisch de DCC
(Display Data Channel)- informatie van de monitor wil decoderen.
Om de nieuwe DDC-monitor meteen te ontdekken, op de knop 'Nu vinden'
klikken. Er verschijnt nu een foutmelding indien de monitor die op het
systeem is aangesloten, geen DCC-functionaliteit kent.
B. Klik ter bevestiging van de voorgenomen monitorinstellingen op de knop
'Voltooien' of 'OK'.
3.4 Afstellen van de monitorweergave
------------------------------------
Kies in het dialoogvenster 'Eigenschappen voor Beeldscherm' het tabblad
'ATI Afstellen'. (Windows 2000: via Eigenschappen voor Beeldscherm >
Instellingen > Geavanceerd... > ATI Afstellen).
Het is mogelijk om voor de Fire GL grafische versneller die op het systeem is
geïnstalleerd de weergave van de daarop aangesloten monitor af te stellen.
Kijk in de contextgevoelige online help voor meer informatie over dit
onderwerp.
A. Monitorafstelling
Met behulp van de onder 'Positie' en 'Grootte' aanwezige positioneerknoppen
kunnen positie en grootte van de beeldschermweergave in relatie tot de
gekozen resolutie en vernieuwingsfrequentie worden afgestemd.
Aanwijzingen: (1) gebruik in plaats van het tabblad 'Afstellen' indien
mogelijk de betreffende regelknoppen van de monitor, om grootte en positie
van de weergave vast te leggen. Kijk voor meer informatie in de
documentatie die bij uw monitor werd meegeleverd.
(2) De formaatwijziging van de beeldschermweergave verandert ook enigszins
de op dat moment ingestelde vernieuwingsfrequenties. Wanneer u wilt werken
met een monitor met een vast ingestelde frequentie informeer dan naar de
betreffende geldende tolerantiewaarden.
Sync polariteit: wanneer het resultaat van de beeldschermweergave op basis
van de vooringestelde Sync polariteitsparameters voor de huidige resolutie
niet naar tevredenheid is, kunnen de betreffende instellingen worden
gewijzigd.
Ongedaan maken: klik op deze knop om de zojuist doorgevoerde wijziging met
de knop 'Voltooien' ongedaan te maken.
Standaard: klik op deze knop wanneer de waarden voor 'Monitor
Afstemming' teruggezet moeten worden naar de oorspronkelijke
standaardwaarden.
AANWIJZINGEN: (1) druk op de ESC-toets wanneer in geval van een slechte
monitorsynchronisatie de ingestelde wijzigingen ongedaan moeten worden
gemaakt.
(2) Wanneer de resolutie onder 'Instellingen' en/of de
vernieuwingsfrequentie onder 'Monitor' wordt veranderd, kan het soms nodig
zijn, de monitorweergave opnieuw af te stellen.
B. 'Gamma correctie': stel de gamma-correctie af met behulp van de
schuifregelaar voor de kleuren rood, groen en blauw teneinde een optimale
helderheid te verkijgen.
Bij het veranderen van de positie van een schuifregelaar worden in de
toegewezen tabel voor de gammacorrectie de kleurwaarden voor iedere
afzonderlijke pixel overennkomstig gemodificeert.
De helderheid die op het displayoppervlak wordt geproduceerd, is evenredig
aan de ingangsspanning hoog gamma, waarbij deze niet-leneariteit door
compensatie van de daardoor veroorzaakte helderheidsverschillen moet
worden gecompenseerd teneinde een correcte weergave van de
beeldhelderheidswaarden te behalen. Het effect van het beeldschermgamma
is, dat de middelste kleurnuances in verhouding tot de donkere en
lichte beeldschermzones te donker worden weergegeven. Wijzigingen van de
gamma-correctiewaarden worden onafhankelijk van het actueel actieve
gebruikersprofiel op systeemniveau opgeslagen. De mogelijke instellingen
liggen daarbij tussen 0,3 - 4,0.
De vooringestelde waarde is 1,0.
Bij het activeren van de controlevakjes voor de optie 'Schuifregelaars synchroniseren' kunnen de drie regelaars samen worden bewogen, om het even welke schuifregelaar wordt gebruikt. Wanneer het controlevakje niet van een vinkje is voorzien, kan iedere kleur afzonderlijk worden geregeld.
Klik op de knop '>1<' om de stadaardwaarde 1,0 aan de gamma-corrctie toe
te wijzen.
C. Klik op 'Voltooien' of op 'OK' om de instellingen die onder het tabblad 'ATI Afstellen' zijn opgegeven, over te nemen.
3.5 Geavanceerde instellingen gebruiken
---------------------------------------
Kies uit in het dialoogvenster 'Eigenschappen voor Beeldscherm' het tabblad
'Geavanceerd'. (Windows 2000: via Eigenschappen voor Beeldscherm >
Instellingen > Geavanceerd... > ATI Geavanceerde instellingen).
De volgende opties kunnen worden geactiveerd: offscreen-rendering, fullscene-
antialiasing, gebruik van een stereobril of een autostereoskopische
3D-monitor.
Maak gebruik van de contextgevoelige online help voor meer informatie over
'ATI Geavanceerde instellingen'.
Offscreen rendering (PBuffer) activeren
---------------------------------------
Kies deze optie om 'off-screen' p-buffer te renderen, in plaats van op het
beeldscherm.
Quad Buffer Stereo activeren
-----------------------------
Kies deze optie bij het gebruik van een stereobril.
AANWIJINGEN: (1) Voor deze optie moet er een stereobril op de stereo-uitgang
Van de kaart zijn aangesloten.
(2) Deze optie kan niet tegelijkertijd worden gekozen met "Fullscene
antialiasing" of "D4D" kiezen.
(3) Stel de vernieuwingsfrequentie via het tabblad 'Instellingen' in
op 120 Hz.
Sync Control uitbreiding activeren
------------------------------------
Met deze optie wordt de exacte synchronisatiebesturing van de afbeelding met
streaming video of -audio gerealiseerd. Applicaties met realtime rendering
hebben synchronisatie van de gebeurtenissen op de videokaart nodig (zoals het
afwachten van (verticale aftastintervallen) vertical retrace en anderen
systeemcomponenten.
Fullscene antialiasing activeren (Fire GL3, Fire GL4, Fire GL4s)
------------------------------------------------------------------
Wanneer de toepassing deze functie ondersteunt, wordt met deze optie een
betere beeldkwaliteit bereikt.
- Met behulp van de schuifregelaar kan de "Oversampling-kwaliteit"
worden geoptimaliseerd.
AANWIJZING: een betere oversampling-kwaliteit kan de prestatie verminderen.
- Fullscene antialiasing voor alle OGL-toepassingen: kies deze optie om
- 'Fullscene antialiasing' ook toe te passen bij toepassingen die deze functie
niet ondersteunen'.
AANWIJZINGEN: Fullscene antialiasing kan de prestatie verminderen.
Deze optie kan niet samen met "Quad Buffer Stereo" worden gekozen.
D4D activeren (Fire GL3, Fire GL4, Fire GL4s)
-----------------------------------------------
Kies deze optie bij het gebruik van een autostereoscopisch 3D-vlaks
beeldscherm.
AANWIJZINGEN: (1) Voor deze optie is een monitor van het type
"Dresden 3D display" vereist.
(2) Deze optie kan niet samen met "Quad Buffer Stereo"
worden gekozen.
Extra videomodi toelaten
------------------------
Kies deze optie om speciale videomodi te activeren, b.v. 48 Hz-modi
4. VERWIJDEREN VAN DE Fire GL VIDEO DRIVER
--------------------------------------------------
Hierna wordt duidelijk hoe de softwarecomponenten die bij de Fire GL
Videokaarten horen, weer netjes kunnen worden verwijderd.
AANWIJZING: Sluit voor het deÏinstalleren van de Fire GL
Videodriver alle geopende toepassingsprogramma's en deactiveer alls anti-
virusprogramma's op de computer tot de deïnstallatie klaar is!
Voor het installeren of deïnstalleren van de Fire GL-driver zijn
administratorrechten vereist of dient men als gebruiker met
administratorrechten onder Windows NT of Windows 2000 te zijn aangemeld.
1. Kies Start > Programma's > ATI Fire GL en klik vervolgens op 'ATI Fire GL
installeren/deïnstalleren'. Het dialoogvenster woor de 'ATI Fire GL
installatie' wordt opgeroepen.
2. Klik op'Remove the product (Product verwijderen)'.
Aanwijzing: let er op dat alleen die componenten worden verwijderd die ook
werkelijk moeten worden gedeïnstalleerd. (Klik op 'Terug' en
'Toevoegen/Verwijderen' om softwarecomponenten te selecteren die verwijderd
moeten worden.)
Klik nu op 'Volgende'.
3. Klik op 'Volgende' om de geselecteerde softwarecomponenten
te verwijderen en de computer af te sluiten.
5. CONFIGURATIE EN INFORMATIE
---------------------------------
5.1 ATI Informatie Dialoog
------------------------------
Onder het tabblad 'ATI Informatie' in het venster 'Eigenschappen voor
Beeldscherm'
(Windows 2000: via Eigenschappen voor Beeldscherm > Instellingen > Geavanceerd >
ATI Informatie) is gedetailleerde hardware- en driver-informatie te vinden
over de Fire GL kaart. Deze informatie kan heel nutig zijn wanneer u contact
opneemt met de technische support.
Klik voor het weergeven van de 'ATI Informatie' met de rechter muisknop op een
willekeurige vrije plaats op het Bureaublad van Windows en kies de optie
'Eigenschappen'.
Windows Nt 4.0: kies het tabblad 'ATI Informatie'.
Windows 2000: Klik op Instellingen > Geavanceerd... en kies het tabblad 'ATI
Informatie'
5.2 ATI configuratiemenu (alleen voor ervaren gebruikers!)
-------------------------------------------------------------
Het is alleen zinvol de configuratie-instellingen te wijzigen wanneer er zich
problemen met een van de toepassingen voordoen of wanneer u wilt proberen het
prestatieniveau van het systeem bij bepaalde toepassingen te optimaliseren.
Activeer in het 'Eigenchappen voor beeldscherm' het tabblad 'ATI
Configuratie'. (Windows 2000: via Eigenschappen voor Beeldscherm >
Instellingen > Geavanceerd > ATI Configuratie)
Maak, indien gewenst gebruik van de contextgevoelige online help.
Klik voor het activeren van het tabblad 'ATI Configuratie' met de rechter
muisknop op een willekeurige plaats op het Bureaublad van Windows en kies de
optie 'Eigenschappen'.
NT 4.0: Kies het tabblad 'ATI Configuratie'.
Windows 2000: Klik op Instellingen > Geavanceerd... en kies het tabblad 'ATI
Configuratie'.
1. Activeren van een configuratieprofiel: voor enkele van de meest
gebruikelijke toepassingen werden van fabriekswege vooraf al enkele
configuratieprofielen ingesteld. Kies uit de lijst die onder
'Configuratieprofielen' verschijnt de gewenste toepassing, waarna de
daartoe noodzakelijke instellingen van het Windowsregister worden
toegevoegd. Klik nu op de knop 'Voltooien' en start Windows opnieuw,
indien hier om gevraagd wordt.
2. Toevoegen van een nieuw gebruikersprofiel: klik onder
'Configuratieprofielen' op de knop 'Toevoegen' en geef de naam van de
toepassing op waarvan de configuratieparameters moeten worden veranderd.
3. Wijzigen van de configuratieparameters: wanneer de configuratie-
instellingen voor een speciale toepassing - zoals CATIA - moeten worden
veranderd, kies dan onder 'Configuratieprofielen' in de toepassingslijst
de betreffende toepassing en klik op 'Wijzigen'. Teneinde het
configuratieprofiel volledig te verwijderen, kies 'Wissen'.
4. Wanneer een configuratieprofiel wordt toegevoegd of verwijderd, moet,
afhankelijk van de wensen, het controlevakje onder 'Standaard settings'
worden geactiveerd of gedeactiveerd.
Overlay Planes
8-Bit double-buffered
Gebruikt 8 bits van iedere 32-bit framebufferpixel als double-buffered
Overlay Planes.
8-Bit single-buffered
Gebruikt 8 bits van iedere 32-bit framebufferpixel als single-buffered
Overlay Planes.
Copy Swap forceren
Plaatst de blit-copy vanuit de achtergrond naar de voorgrondbuffer.
Vertical retrace (Verticale aftastintervallen)afwachten
Bufferuitwisseling gesynchroniseert in der verticalen Abtastlücke van de
monitor. Activeer deze functie voor de beste beeldkwaliteit. Wanneer deze
functie wordt gedeactiveerd, kunnen beeldschermstoringen zoals vervormingen
optreden. Voor beeldprestatie-benchmarks kan de functie echter worden
gedeactiveerd.
5. Klik op de knop 'Voltooien' of 'OK' om de instellingen die onder 'ATI
Configuratie' zijn ingesteld, te activeren.
6. SERVICE, SUPPORT EN SOFTWARE-UPGRADES
------------------------------------------
Technische support bij de installatie en configuratie van
ATI Fire GL videokaarten, alsmede software-updates en optionele
softwarepakketten kunt u krijgen via internet onder
http://www.ati.com/support
In het handboek zijn daartoe nog meer gegevens te vinden, zoals adressen,
telefoonnummers, enz.
7. RESOLUTIES, KLEURDIEPTEN EN VERNIEUWINGSFREQUENTIES
-------------------------------------------------------
Welke beeldresoluties en vernieuwingsfrequenties door de Fire GL worden
ondersteund, hangt af van de gekozen monitor.
Alleen Windows NT 4.0: onder 'Monitor' in het venster 'Eigenschappen voor
Beeldscherm' kunnen voor iedere monitor apart de resoluties en
vernieuwingsfrequenties die door de kaart worden ondersteund, worden getoond.
Het dialoogvenster 'Monitor' kan worden opgeroepen door met de rechter
muisknop op een willekeurige plaats op het Bureaublad van Windows te klikken
en in het opgeroepen menu de optie 'Eigenschappen' te kiezen en vervolgens het
tabblad 'Monitor' te kiezen.
De Fire G grafische versnellers ondersteunen uitsluitend Ware kleuren, 32-bit
(24 kleuren, 8 alpha)-modi. 8-Bit- of 16-bitmodi worden niet ondersteund.
Onderstaande tabel geeft beeldresolutie, pixelformaat, regelfrequentie en
vernieuwingsfrequentie voor alle onder het besturingssysteem MS NT4.0 /
Windows 2000 ondersteunde videomodi. Alle videomodi werken met de OpenGL
API en bieden volledige scherm-buffering.
+==========+=======+=======+=========================+==================+
|Resolutie | Kleur | Alpha | Regelfrequentie |Beeldvernieuwings |
| | Bits | Bits | (kHz) | frequentie (Hz) |
+----------+-------+-------+-------------------------+------------------+
| 640x480 | 24 | 8 | 31.5, 37.5, 43.3, 56.9 | 60, 75, 85, 100 |
| | | | Stereo only 61.8 | 120 |
+----------+-------+-------+-------------------------+------------------+
| 800x600 | 24 | 8 | 37.7, 46.9, 54.1, 63.9 | 60, 75, 85, 100 |
| | | | Stereo only 77.2 | 120 |
+----------+-------+-------+-------------------------+------------------+
|1024x768 | 24 | 8 | 48.4, 60.0, 68.7, 80.9 | 60, 75, 85, 100 |
| | | | Stereo only 98.8 | 120 |
+----------+-------+-------+-------------------------+------------------+
|1152x864 | 24 | 8 | 53.7, 67.7, 77.1, 93.1 | 60, 75, 85, 100 |
+----------+-------+-------+-------------------------+------------------+
|1280x960 | 24 | 8 | 60.0, 75.2, 85.9, 101.7 | 60, 75, 85, 100 |
+----------+-------+-------+-------------------------+------------------+
|1280x1024 | 24 | 8 | 63.8, 79.8 91.1, | 50, 60, 75, 85, |
| | | | 107.0 | 100 |
| | | | Stereo only 131.6 | 120 |
+----------+-------+-------+-------------------------+------------------+
|1600x1000 | 24 | 8 | 62.10, 79.4, 89.3 | 60, 76, 85 |
+----------+-------+-------+-------------------------+------------------+
|1600x1024 | 24 | 8 | 63.6, 81.3, 91.4 | 60, 76, 85 |
+----------+-------+-------+-------------------------+------------------+
|1600x1200 | 24 | 8 | 75.0, 93.8, 106.3 | 60, 75, 85 |
+----------+-------+-------+-------------------------+------------------+
|1792x1344 | 24 | 8 | 83.6 | 60 |
+----------+-------+-------+-------------------------+------------------+
|1920x1200 | 24 | 8 | 74.5, 94.0, 95.0 | 60, 75, 76 |
Download Driver Pack
After your driver has been downloaded, follow these simple steps to install it.
Expand the archive file (if the download file is in zip or rar format).
If the expanded file has an .exe extension, double click it and follow the installation instructions.
Otherwise, open Device Manager by right-clicking the Start menu and selecting Device Manager.
Find the device and model you want to update in the device list.
Double-click on it to open the Properties dialog box.
From the Properties dialog box, select the Driver tab.
Click the Update Driver button, then follow the instructions.
Very important: You must reboot your system to ensure that any driver updates have taken effect.
For more help, visit our Driver Support section for step-by-step videos on how to install drivers for every file type.