Copyright CANON INC. 2000-2003. Alle rechten voorbehouden.
_____________________________________________________________________
Microsoft Windows XP, Microsoft Windows 2000
BJ-printerstuurprogramma Canon i865 versie 1.73r NL
Instructies
_____________________________________________________________________
Canon en BJC zijn gedeponeerde handelsmerken en Bubble Jet is een
handelsmerk van CANON INC.
Microsoft, Windows en Windows NT zijn gedeponeerde handelsmerken
van Microsoft Corporation in de VS en andere landen.
Intel en Pentium zijn gedeponeerde handelsmerken van Intel
Corporation.
Andere merknamen en productnamen zijn handelsmerken of gedeponeerde
handelsmerken van hun respectieve eigenaar(s).
_____________________________________________________________________
< Inhoud >
Inleiding
Voorwoord
Onderdelen van de installatie
Systeemvereisten
Voorzorgsmaatregelen
Installatiemethode
Waarschuwingsberichten die tijdens de installatie verschijnen
Het printerstuurprogramma verwijderen
Instellingen voor het printerstuurprogramma opgeven
Het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma openen
Opmerkingen bij toepassingen
Het printerstuurprogramma gebruiken
Informatie over afdrukken in een netwerk
Voorwoord
Te gebruiken versie van het printerstuurprogramma
Installatie- en configuratiemethoden
Beperkingen met betrekking tot het netwerk
=====================================================================
Inleiding
=====================================================================
< Voorwoord >
Dit bestand bevat belangrijke informatie over het configureren en
gebruiken van het BJ-printerstuurprogramma waarbij deze Leesmij is
geleverd. U kunt met het BJ-printerstuurprogramma afdrukken op de
Canon BJ-printer vanuit toepassingen die worden uitgevoerd onder
Microsoft (R) Windows (R) XP of Microsoft (R) Windows (R) 2000.
Voordat u de printer kunt gebruiken, moet u het
printerstuurprogramma op uw computer installeren.
< Onderdelen van de installatie >
Het installatiepakket bestaat uit de volgende onderdelen:
- Installatieprogramma (Setup.exe)
Installeert het BJ-printerstuurprogramma op de computer.
- BJ-printerstuurprogramma (wordt in dit document simpelweg
"printerstuurprogramma" genoemd)
De software waarmee u op de printer kunt afdrukken.
- Uninstaller
Hiermee kunt u het printerstuurprogramma van de computer
verwijderen.
- Leesmij (readme_dutch.txt)
Dit document. Dit bevat belangrijke informatie over het
printerstuurprogramma.
U kunt dit bestand na de installatie lezen door [Start]
-[Programma's]-[Canon i865]-[Leesmij] te kiezen.
< Systeemvereisten >
Voor deze software is de volgende systeemconfiguratie vereist:
Besturingssysteem
Windows XP Home Edition
Windows XP Professional
Windows 2000 Professional of
Windows 2000 Server/Advanced Server
Hardware
Computer: Moet normaal werken met het gebruikte
besturingssysteem. (CPU: Intel Pentium-microprocessor
of equivalente microprocessor)
Geheugen: Moet normaal werken met het gebruikte
besturingssysteem.
Harde schijf: Ten minste 50 MB beschikbare ruimte vóór het
installeren van het stuurprogramma.
Overig: Cd-rom-station
Interface: Parallelle interface of USB-interface
Printerkabel: Bi-directionele Centronics-kabel of USB-kabel
Monitor: VGA of beter
< Voorzorgsmaatregelen >
Let vóór het installeren van de printer op het volgende.
- Sluit de printer aan op de computer, voordat u het
installatieprogramma start. Zie de handleiding bij de printer voor
meer informatie.
- U moet volledige toegang hebben tot de printerinstellingen om de
installatie te kunnen uitvoeren. Zorg dat u bent aangemeld als een
lid van de groep Beheerders.
- Sluit alle actieve toepassingen af.
- Als er een eerdere versie van het printerstuurprogramma op de
computer is geïnstalleerd, moet u deze verwijderen met de
uninstaller, voordat u het nieuwe stuurprogramma installeert. Volg
de instructies op in de sectie "Het printerstuurprogramma
verwijderen".
- Afhankelijk van de gebruikte omgeving, is het mogelijk dat er een
Windows-printerstuurprogramma geleverd door Microsoft, automatisch
op de computer wordt geïnstalleerd. Het wordt echter aanbevolen het
printerstuurprogramma van Canon te gebruiken.
- Bij het installeren van het printerstuurprogramma, wordt
automatisch de taal gekozen die overeenkomt met de taalinstelling
in het Configuratiescherm van de computer. Als de instelling van
het Configuratiescherm niet door het printerstuurprogramma wordt
ondersteund, verschijnt onmiddellijk na het starten van Setup.exe
een scherm, waarin u de gewenste taalversie voor het stuurprogramma
kunt kiezen.
Instelling van Configuratiescherm
* Windows XP
Selecteer [Configuratiescherm]-[Datum, tijd, taal en
landinstellingen]-[Taal- en landinstellingen] en selecteer op het
tabblad [Geavanceerd] de taal onder [Taal voor programma's die
niet Unicode-compatibel zijn].
* Windows 2000
Selecteer [Configuratiescherm]-[Landinstellingen] en klik op
[Standaard instellen] bij [Taalinstellingen voor het systeem]
op het tabblad [Algemeen] en geef vervolgens de taal op in
het dialoogvenster [Landinstellingen voor het systeem
selecteren].
< Installatiemethode >
De installatiemethode die hieronder wordt beschreven, is voor het
gebruik van de printer als een lokale printer. Wanneer u de printer
als een netwerkprinter gebruikt, volgt u de installatiemethode op die
wordt beschreven in "Informatie over afdrukken in een netwerk".
U kunt het printerstuurprogramma downloaden vanaf een website van
Canon.
Opmerking:
Wanneer u het gedownloade gecomprimeerde bestand uitpakt, slaat u
het bestand op in een map, bijvoorbeeld [C:\temp]. Gebruik alleen
Romeinse letters in de mapnaam, anders wordt het
printerstuurprogramma niet goed geïnstalleerd.
1. Schakel de printer UIT.
Opmerking:
Als u de computer aanzet terwijl de printer aan staat, verschijnt
de wizard [Nieuwe hardware gevonden] automatisch bij het
opstarten van de computer. Klik op [Annuleren] als dit gebeurt.
2. Open de map die het programma bevat.
3. Dubbelklik op [Setup.exe] om het installatieprogramma te starten.
4. Klik op [Volgende] op het scherm [Welkom].
5. Lees de [Licentie-overeenkomst]. Klik op [Ja] als u met de
voorwaarden akkoord gaat.
Het kopiëren van bestanden wordt gestart.
6. Wanneer het scherm [Printerpoort] verschijnt, schakelt u de
printer in en wacht u tot de poort wordt herkend.
Opmerking:
Als u zelf de printerpoort wilt selecteren, schakelt u
[Printerpoort selecteren] in en klikt u op
[Handmatige selectie]. Selecteer de poort in het scherm
[Poort selecteren] en klik op [Volgende].
7. Wanneer het bericht [Installatie voltooid] verschijnt, klikt u
op [Voltooien].
Opmerking:
In bepaalde omgevingen verschijnt het bericht dat u de computer
opnieuw moet opstarten, nadat u op [Afsluiten] klikt. Het is
raadzaam de computer opnieuw op te starten, omdat de installatie
zo kan worden voltooid.
< Waarschuwingsberichten die tijdens de installatie verschijnen >
- In bepaalde omgevingen, verschijnt een bericht waarin u wordt
gevraagd of u het bestaande printerstuurprogramma wilt vervangen.
Klik op [Ja] als dit bericht verschijnt.
* Windows XP
Als het bericht verschijnt dat de software niet geschikt is
bevonden door de Windows-logotest, kiest u ervoor om toch door te
gaan met het installatieproces.
* Windows 2000
Als het bericht verschijnt dat de digitale handtekening niet werd
gevonden, klikt u op [Ja] om door te gaan met het
installatieproces.
< Het printerstuurprogramma verwijderen >
Verwijder het printerstuurprogramma door de volgende procedure op te
volgen:
1. Selecteer [Programma's] in het menu [Start] en klik vervolgens
op [Canon i865].
2. Klik op [Uninstall].
3. Als het dialoogvenster [Verwijdering bestand bevestigen]
verschijnt, klikt u op de knop [OK].
Opmerking:
- Versie 1.0 voor Windows 2000 van het printerstuurprogramma
heeft geen uninstaller. Verwijder het printerstuurprogramma
door de volgende procedure op te volgen:
1) Selecteer [Instellingen] in het menu [Start] en klik op
[Printers].
2) Selecteer de naam van de printer die u wilt verwijderen en
selecteer [Verwijderen] in het menu [Bestand].
3) Selecteer [Servereigenschappen] in het menu [Bestand].
4) Klik op het tabblad [Stuurprogramma's] en selecteer de naam
van de printer die moet worden verwijderd onder
[Geïnstalleerde printerstuurprogramma's].
5) Klik op [Verwijderen], [OK].
=====================================================================
Instellingen voor het printerstuurprogramma opgeven
=====================================================================
< Het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma openen >
- Openen vanuit de toepassing
U opent het printerstuurprogramma vanuit de toepassing door
[Bestand]-[Pagina-instelling] te selecteren en op [Printer] te
klikken, of door [Bestand]-[Afdrukken...] te selecteren en op
[Eigenschappen] te klikken.
- Direct openen
Wanneer u veel gebruikte instellingen wilt opgeven of toegang
wilt krijgen tot de onderhoudsfuncties van de printer, volgt u
onderstaande procedure op.
Gebruik de onderhoudsfuncties niet wanneer er wordt afgedrukt.
1) Selecteer de volgende items in het menu [Start]:
Voor Windows XP: [Configuratiescherm]-[Printers en andere
hardware]-[Printers en faxapparaten]
Voor Windows 2000: [Instellingen]-[Printers]
2) Klik op het pictogram van het printermodel dat u wilt
gebruiken.
3) Selecteer [Voorkeursinstellingen voor afdrukken] in het menu
[Bestand].
< Opmerkingen bij toepassingen >
- Microsoft Word 2002/Microsoft Word 2000/Microsoft Corporation
Als u een hogere waarde opgeeft dan 1 bij [Pagina's per vel] in
het dialoogvenster [Afdrukken] van Word, gebruikt u niet de optie
[Paginaopmaak afdrukken] op het tabblad [Pagina-instelling] van
het printerstuurprogramma.
Als u voor beide instellingen een hogere waarde opgeeft dan 1,
wordt het afdrukken niet correct uitgevoerd. Wanneer u meer dan
een pagina per vel wilt afdrukken, geeft u dit op door slechts
een van de instellingen te wijzigen.
- Microsoft Word 2002/Microsoft Word 2000/Microsoft Corporation
Wanneer u in het dialoogvenster [Afdrukken] de optie [Aanpassen
aan papierformaat] gebruikt, gebruikt u niet de optie [Afdrukken
op schaal] op het tabblad [Pagina-instelling] van het
printerstuurprogramma. Als u deze optie gebruikt, krijgt de optie
[Papierformaat printer] op het tabblad [Pagina-instelling] van
het printerstuurprogramma voorrang boven de optie [Aanpassen aan
papierformaat] van Word.
- Microsoft Word 2002/Microsoft Word 2000/Microsoft Corporation
Wanneer de optie [Formaat zonodig wijzigen in A4/Letter] van Word
is ingeschakeld en de optie [Afdrukstand] in het dialoogvenster
[Pagina-instelling] van Word is ingesteld op [Staand] en de
[Afdrukstand] in het printerstuurprogramma is ingesteld op
[Liggend], wordt het afdrukken niet correct uitgevoerd. U kunt
dit voorkomen door vóór het afdrukken de optie [Formaat zonodig
wijzigen in A4/Letter] uit te schakelen. U krijgt toegang tot
deze functie door het dialoogvenster [Opties] te openen vanuit
het menu [Extra] van Word en te klikken op het tabblad
[Afdrukken].
- Microsoft Word/Microsoft Corporation
Wanneer u het [Papierformaat] en de [Afdrukstand] wilt wijzigen,
doet u dit in Word en niet in het printerstuurprogramma.
- Microsoft Word/Microsoft Corporation
Wanneer u [Afdrukken op schaal] of [Passend op papierformaat]
selecteert bij [Afdruktype] op het tabblad [Pagina-instelling],
doet u het volgende:
1. Open het dialoogvenster [Afdrukken] van Word.
2. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma en
selecteer [Afdruktype] op het tabblad [Pagina-instelling]. Klik
op OK.
3. Sluit het venster [Afdrukken] zonder het afdrukken te starten.
4. Open het dialoogvenster [Afdrukken] van Word opnieuw.
5. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma en
klik opnieuw op [OK].
6. Start het afdrukken.
- Microsoft Excel 2002/Microsoft Corporation
Als de optie "Formaat zonodig wijzigen in A4/Letter" in Excel
2002 is ingeschakeld en de instelling voor "Papierformaat" op het
tabblad "Pagina-instelling" van het printerstuurprogramma komt
niet overeen met de instelling voor papierformaat in Excel (de
ene optie staat ingesteld op A4 en de andere op Letter), wordt
bij het afdrukken de instelling van het printerstuurprogramma
gebruikt. Als er een probleem optreedt, geeft u in het
printerstuurprogramma dezelfde instelling op voor het
papierformaat als in Excel. U kunt ook in Excel op het tabblad
"Internationaal" de optie "Papierformaat zonodig wijzigen in
A4/Letter" uitschakelen. U krijgt toegang tot deze optie door
[Opties] te kiezen in het menu [Extra]. Vervolgens drukt u de
gegevens af.
- Lotus Organizer 2.1/97/Lotus Corporation
In Lotus Organizer wordt in kleur afgedrukt, zelfs wanneer
monochroom afdrukken is geselecteerd. U kunt dit voorkomen door
[Grijstinten] in het printer-stuurprogramma in te schakelen.
- Photoshop/Adobe Systems Inc.
Het afdrukken wordt niet uitgevoerd als u geen
systeembeheerdersrechten hebt. Zorg dat u zich aanmeldt met
systeembeheerdersrechten.
- Lotus Notes/Lotus Corporation
Het systeem kan zich bij bepaalde afdruktaken vergrendelen. Zorg
dat u in de pagina-instellingen van Notes een boven- en
ondermarge opgeeft van 22,86 mm (0,9 inch) of 27,94 mm (1,1 inch).
- Microsoft Outlook/Microsoft Corporation
Als u het afdrukken vanuit de toepassing annuleert, loopt de
volgende afdruktaak vast. Selecteer op het tabblad [Geavanceerd]
van het eigenschappenvenster van de printer, de functie spoolen
voor het document.
- CorelDraw 8/Corel Corporation
Er kunnen zich problemen voordoen bij het openen van het
eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma vanuit
CorelDraw 8.0. Het systeem kan vastlopen of tekens kunnen
vervormd raken. U voorkomt dit door het eigenschappenvenster
van het printerstuurprogramma te openen vanuit de map [Printers],
de gewenste instellingen op te geven en vervolgens af te drukken
vanuit de toepassing. Dit probleem doet zich niet voor in
CorelDraw 9.0.
- Illustrator/Adobe Systems Inc.
Het afdrukken van bitmaps duurt lang of er worden enkele
gegevens niet afgedrukt. Maak de selectie van de optie voor
bitmap afdrukken in het dialoogvenster [Afdrukken] ongedaan en
druk opnieuw af.
< Het printerstuurprogramma gebruiken >
Bij het gebruik van het printerstuurprogramma gelden enkele
beperkingen. Houd bij het afdrukken rekening met het volgende:
- Bij het gebruik van bepaalde toepassingen, werkt de instelling
voor [Aantal] niet, wanneer u deze instelling opgeeft in het
printerstuurprogramma. In dergelijke gevallen geeft u de
instelling op in het dialoogvenster [Afdrukken] van de toepassing.
- Bij bepaalde toepassingen werkt het afdrukken niet goed als u
meerdere exemplaren van een document probeert af te drukken en de
optie [Sorteren] is geselecteerd op het tabblad
[Pagina-instelling] van het printerstuurprogramma of in het
dialoogvenster [Afdrukken] van de toepassing. U kunt dit alleen
oplossen door de optie [Sorteren] uit te schakelen.
- Bij bepaalde toepassingen werkt het afdrukken niet goed als
[Afdruktype] of [Halftonen] is ingesteld op [Auto]. In dit geval
start u de [Afdrukadviseur] op het tabblad [Afdruk] en selecteert
u de optie [Een foto van topkwaliteit afdrukken] of [Tabellen en
diagrammen afdrukken]. U kunt ook [Afdrukkwaliteit] op het tabblad
[Afdruk] instellen op [Aangepast] en een andere instelling dan
[Auto] kiezen voor [Halftonen]. Stel vervolgens [Kleuraanpassing]
in op [Handmatig] en selecteer een andere instelling dan [Auto]
voor [Afdruktype].
- Wanneer u gegevens afdrukt met gradaties of met veel grafische
informatie, is het mogelijk dat deze niet worden afgedrukt. Dit
gebeurt als er onvoldoende schijfruimte op de harde schijf is
voor de tijdelijke opslag van gegevens. U lost dit op door 40-50
MB ruimte vrij te maken op de schijf waar Windows XP of Windows
2000 is geïnstalleerd. U kunt ook de instelling van [Spoolmap] in
[Servereigenschappen] aanpassen om voldoende ruimte voor de
spoolmap toe te wijzen.
- Als u een afdruktaak in de map Printer tijdens het afdrukken
annuleert, duurt het enige tijd voordat het afdrukken
daadwerkelijk stopt.
- In sommige gevallen lukt het afdrukken niet als er onvoldoende
virtueel geheugen is. U kunt dit oplossen door het wisselbestand
te vergroten. U opent hiertoe het eigenschappenvenster [Systeem]
door te dubbelklikken op [Systeem] in het Configuratiescherm of
door te rechtsklikken op [Deze computer] en [Eigenschappen] te
kiezen. Klik vervolgens op het tabblad [Geavanceerd], klik op
[Instellingen voor prestaties...], klik op [Wijzigen...], wijzig
de grootte van het wisselbestand, klik op [Instellen] en klik op
[OK].
- Wijzig niet de instellingen voor [Afdrukprocessor...] op het
tabblad [Geavanceerd] van het eigenschappenvenster van de printer.
Als u dit wel doet, kunnen de volgende functies niet worden
gebruikt.
- [Paginaopmaak afdrukken], [Poster afdrukken], [Boekwerkje
afdrukken] en [Dubbelzijdig afdrukken] op het tabblad
[Pagina-instelling]
- alle functies op het tabblad [Stempel/Achtergrond]
- [Afdrukvoorbeeld] op het tabblad [Afdruk]
- De volgende functies kunnen niet worden gebruikt als u de optie
[Geavanceerde afdrukfuncties inschakelen] op het tabblad
[Geavanceerd] van het eigenschappenvenster van het
printerstuurprogramma uitschakelt:
- [Paginaopmaak afdrukken], [Poster afdrukken], [Boekwerkje
afdrukken], [Dubbelzijdig afdrukken], [Omgekeerde volgorde] en
[Sorteren] op het tabblad [Pagina-instelling]
- Alle functies op het tabblad [Stempel/Achtergrond]
- [Afdrukvoorbeeld] op het tabblad [Afdruk]
- [Hoeveelheid spoolgegevens reduceren] in het dialoogvenster
[Afdrukkwaliteit instellen]
- De volgende functies kunnen niet worden gebruikt als u een
toepassing gebruikt die EMF-spooling niet ondersteunt
(bijvoorbeeld Adobe PhotoShop LE en MS Photo Editor):
- [Paginaopmaak afdrukken], [Poster afdrukken], [Boekwerkje
afdrukken], [Dubbelzijdig afdrukken, [Omgekeerde volgorde] en
[Sorteren] op het tabblad [Pagina-instelling]
- Alle functies op het tabblad [Stempel/Achtergrond]
- [Afdrukvoorbeeld] op het tabblad [Afdruk]
- De volgende functies kunnen niet worden gebruikt als u
[Afdrukken naar bestand] selecteert in het dialoogvenster
[Afdrukken] van de toepassing:
- [Paginaopmaak afdrukken], [Poster afdrukken], [Boekwerkje
afdrukken], [Dubbelzijdig afdrukken, [Omgekeerde volgorde] en
[Sorteren] op het tabblad [Pagina-instelling]
- Alle functies op het tabblad [Stempel/Achtergrond]
- [Afdrukvoorbeeld] op het tabblad [Afdruk]
- Wanneer [Paginaopmaak] op het tabblad [Pagina-instelling] is
ingesteld op [2 pagina-afdruk] of hoger, kunnen in bepaalde
toepassingen de pagina's worden afgekapt. Als dit gebeurt, past
u de lay-out van de pagina's aan in de toepassing.
- Het is wellicht aan te raden om de parallelle poort in te stellen
op ECP-modus in de BIOS van de computer. Informatie over het
wijzigen van de BIOS-instellingen vindt u in de
gebruikershandleiding bij de computer.
Opmerking:
Afhankelijk van de gebruikte hardware, is het mogelijk dat de
BJ-statusmonitor onjuiste informatie weergeeft over de
printerstatus of dat afdruktaken niet goed worden afgewerkt
wanneer de ECP-modus is ingeschakeld. Wanneer deze problemen
optreden, klikt u op [Aangepaste instellingen] op het tabblad
[Onderhoud] en maakt u de selectie van [Printer instellen op
ECP-modus] ongedaan.
- Wanneer u een poster, stempel of achtergrond afdrukt, is het
aantal weergegeven pagina's van het document in de wachtrij
groter dan het werkelijke aantal pagina's.
- De kleuren in de schermweergave van de toepassing, kunnen
verschillen van de kleuren in de weergave van het voorbeeld.
- De kleuren in de weergave van het voorbeeld, kunnen verschillen
van de kleuren op de afdruk.
- Aangezien de resolutie in de weergave van het voorbeeld verschilt
van de resolutie van de afdruk, kunnen tekst en lijnen in het
voorbeeld er anders uitzien dan in de eigenlijke afdruk.
- Bij sommige toepassingen wordt het afdrukken onderverdeeld in
meerdere taken. In dit geval wordt in de weergave van het
voorbeeld alleen de taak weergegeven die wordt afgedrukt en kan
de weergave er anders uitzien dan door de gebruiker was bedoeld.
- De weergave van het voorbeeld kan in de volgende gevallen niet
worden gebruikt:
- Wanneer tijdens het afdrukken op met de rechtermuisknop wordt
geklikt op het printerpictogram en [Printer off line gebruiken]
wordt geselecteerd
- Tijdens het afdrukken buiten de opgegeven tijden, wanneer
[Beschikbaar van] is ingesteld op het tabblad [Geavanceerd] van
het eigenschappenvenster van de printer
- Meer details over functies in Windows XP of Windows 2000 kunt u
vinden in de bijbehorende gebruikershandleidingen.
=====================================================================
Informatie over afdrukken in een netwerk
=====================================================================
< Voorwoord >
In Windows kunnen een of meer gebruikers een printer in een netwerk
delen. Hiervoor moeten wel enkele instellingen worden opgegeven op de
computers die verbonden zijn met het netwerk.
De computer waarop de printer is aangesloten heet een afdrukserver
(hierna simpelweg server genoemd). De computer die de printer
gebruikt die is aangesloten op een server in een netwerk, wordt de
clientmachine genoemd (hierna simpelweg client).
De server en de client hoeven niet hetzelfde besturingssysteem te
hebben. De installatiemethode en de beperkingen op het gebruik,
verschillen echter wel, afhankelijk van de combinatie van
besturingssystemen op de server en client.
< Te gebruiken versie van het printerstuurprogramma >
- Gebruik het printerstuurprogramma dat overeenkomt met de
besturingssystemen op de server en de clients.
- De combinatie van het printerstuurprogramma (gemaakt door
Microsoft) dat onderdeel is van Windows en een
printerstuurprogramma van Canon, biedt niet de mogelijkheid voor
het afdrukken in een netwerk. Gebruik de stuurprogramma's van Canon
op zowel de server als clients.
- De printerstuurprogramma's die op de server en clients worden
gebruikt, moeten dezelfde versie hebben. Wanneer Windows XP wordt
gebruikt met Windows 2000, installeert u printerstuurprogramma
versie 1.73r op zowel de server als de client.
- Wanneer er op een server of client Windows NT 4.0 wordt gebruikt,
installeert u versie 4.73 van het overeenkomstige
printerstuurprogramma. Wanneer u een andere versie installeert,
kan er een probleem optreden.
Opmerking:
Er is geen printerstuurprogramma voor Windows NT 4.0 voor een
printer die geen parallelle interface heeft.
- Wanneer Windows Me, Windows 98 of Windows 95 wordt gebruikt,
installeert u de nieuwste versie van het BJ-printerstuurprogramma
voor het betreffende besturingssysteem.
< Installatie- en configuratiemethoden >
Gebruik de installatiemethode die behoort bij het type
besturingssysteem dat op de server wordt gebruikt.
- Windows XP, Windows 2000 of Windows NT 4.0 ----- (1), (2), (3)
Opmerking:
Gebruik een procedure die overeenkomt met het type
besturingssysteem dat op de client wordt gebruikt.
- Windows Me, Windows 98 of Windows 95 ----- (4)
(1) Wanneer zowel de server als de client hetzelfde besturingssysteem
hebben
Server: Windows XP of Windows 2000, Client: Windows XP of Windows
2000 of
Server: Windows NT 4.0, Client: Windows NT 4.0
1. Installeer op de server een printerstuurprogramma dat geschikt
is voor het besturingssysteem. De installatiemethode is ongeveer
hetzelfde als voor een gewone lokale printer.
2. Stel de printer die is aangesloten op de afdrukserver, in als
een gedeelde printer. Instructies hiervoor kunt u vinden in de
Help van Windows.
U kunt Point en Print Setup uitvoeren (een methode waarbij een
printerstuurprogramma voor clients wordt opgeslagen op de
afdrukserver met gebruikmaking van de functie [Extra
stuurprogramma's] in Windows XP of Windows 2000 of de functie
[Alternatieve stuurprogramma's] in Windows NT 4.0).(Sla stap 3
over wanneer u dit doet.)
3. Installeer op de client een printerstuurprogramma dat geschikt
is voor het besturingssysteem. De installatiemethode is ongeveer
hetzelfde als voor een gewone lokale printer.
Opmerking:
- U kunt tijdens de installatie een willekeurige poort kiezen.
Hierna voltooit u de installatie.
- Wanneer u het printerstuurprogramma installeert met het
installatieprogramma, verschijnt er een bericht waarin u
wordt gevraagd de printer in te schakelen.
Negeer dit bericht.
4. Open de netwerkcomputer op de client, rechtsklik op het
pictogram van de gedeelde printer die u wilt gebruiken op de
server en selecteer het volgende menu-item:
- [Verbinden...] voor Windows XP of Windows 2000
- [Installeren...] voor Windows NT 4.0
Op deze manier maakt u een pictogram voor een gedeelde printer op
de client. Aangezien het pictogram van de printer waarvoor in stap
3 een printerstuurprogramma is geïnstalleerd, niet langer nodig is,
kan dit worden verwijderd.
(2) Wanneer er op de client een ander besturingssysteem wordt
gebruikt - 1
Server: Windows XP of Windows 2000, Client: Windows NT 4.0
of
Server: Windows NT 4.0, Client: Windows XP of Windows 2000
Opmerking:
Wanneer op de client Windows ME, Windows 98 of Windows 95 wordt
gebruikt, volgt u de procedure die wordt beschreven in "(3)
Wanneer er op de client een ander besturingssysteem wordt gebruikt
- 2".
1. Installeer op de server een printerstuurprogramma dat geschikt
is voor het besturingssysteem. De installatiemethode is
vergelijkbaar met die voor een gewone lokale printer.
2. Stel de printer die is aangesloten op de afdrukserver, in als
een gedeelde printer.
Instructies hiervoor kunt u vinden in de Help van Windows.
3. Installeer op de client een printerstuurprogramma dat geschikt
is voor het besturingssysteem. De installatiemethode is
ongeveer hetzelfde als voor een gewone lokale printer.
Opmerking:
- U kunt tijdens de installatie een willekeurige poort kiezen.
Hierna voltooit u de installatie.
- Wanneer u het printerstuurprogramma installeert met het
installatieprogramma, verschijnt er een bericht waarin u
wordt gevraagd de printer in te schakelen.
Negeer dit bericht.
4. Open het dialoogvenster [Printereigenschappen] op de client,
selecteer [Poort toevoegen...] op het tabblad [Poorten] en voer
de servernaam en het netwerkpad van de serverprinter in.
Op deze manier maakt u een pictogram voor een gedeelde printer op
de client. Aangezien het pictogram van de printer waarvoor in stap
3 een printerstuurprogramma is geïnstalleerd, niet langer nodig is,
kan dit worden verwijderd.
(3) Wanneer er op de client een ander besturingssysteem wordt
gebruikt - 2
Server: Windows XP, Windows 2000 of Windows NT 4.0
Client: Windows Me, Windows 98, Windows 95
1. Installeer een printerstuurprogramma dat geschikt is voor het
besturingssysteem op de server. De installatiemethode is
ongeveer hetzelfde als voor een gewone lokale printer.
2. Stel de printer die is aangesloten op de afdrukserver, in als
een gedeelde printer. Instructies hiervoor kunt u vinden in de
Help van Windows.
3. Installeer op de client een printerstuurprogramma dat geschikt
is voor het besturingssysteem. De installatiemethode is
ongeveer hetzelfde als voor een gewone lokale printer.
Opmerking:
- U kunt tijdens de installatie een willekeurige poort kiezen.
Hierna voltooit u de installatie.
- Wanneer u het printerstuurprogramma installeert met het
installatieprogramma, verschijnt er een bericht waarin u wordt
gevraagd de printer in te schakelen. Negeer dit bericht.
4. Selecteer [Start]-[Instellingen]-[Printers] op de client.
5. Rechtsklik op het pictogram van de printer die u wilt gebruiken
en selecteer [Eigenschappen].
6. Klik op het tabblad [Details] en klik op [Poort toevoegen...].
7. Selecteer [Netwerk] en klik op [Bladeren].
8. Selecteer in de lijst met printers het type gedeelde printer dat
u wilt gebruiken en klik op [OK].
Op deze manier maakt u een pictogram voor een gedeelde printer op
de client.
(4) Wanneer Windows Me, Windows 98 of Windows 95 op de server wordt
gebruikt
Server: Windows Me, Windows 98 of Windows 95
Client: Windows XP, Windows 2000 of Windows NT 4.0
1. Installeer op de server een printerstuurprogramma dat geschikt
is voor het besturingssysteem. De installatiemethode is ongeveer
hetzelfde als voor een gewone lokale printer.
2. Stel de printer die is aangesloten op de afdrukserver, in als
een gedeelde printer. Instructies hiervoor kunt u vinden in de
Help van Windows.
3. Installeer op de client een printerstuurprogramma dat geschikt
is voor het besturingssysteem. De installatiemethode is ongeveer
hetzelfde als voor een gewone lokale printer.
Opmerking:
- U kunt tijdens de installatie een willekeurige poort kiezen.
Hierna voltooit u de installatie.
- Wanneer u het printerstuurprogramma installeert met het
installatieprogramma, verschijnt er een bericht waarin u wordt
gevraagd de printer in te schakelen. Negeer dit bericht.
4. Open het dialoogvenster [Printereigenschappen] op de client,
selecteer [Poort toevoegen...] op het tabblad [Poorten] en voer
de servernaam en het netwerkpad van de serverprinter in.
Op deze manier maakt u een pictogram voor een gedeelde printer op
de client. Aangezien het pictogram van de printer waarvoor in stap
3 een printerstuurprogramma is geïnstalleerd, niet langer nodig is,
kan dit worden verwijderd. Bij deze combinatie van
besturingssystemen kan bi-directionele communicatie niet op de
normale wijze worden uitgevoerd. Raadpleeg "Wanneer Windows Me,
Windows 98 of Windows 95 op de server wordt gebruikt" in
"Beperkingen met betrekking tot het netwerk".
< Beperkingen met betrekking tot het netwerk >
- Wanneer u een netwerkprinter gebruikt en de BJ-statusmonitor op de
client is actief, wordt er een opdracht naar de printer gestuurd om
de status op te halen. Als u de optie [Waarschuwing geven als
externe documenten worden afgedrukt] op het tabblad [Geavanceerd]
van het dialoogvenster [Eigenschappen voor Afdrukserver] op de
afdrukserver hebt geactiveerd, verschijnt er bij elke opdracht een
bericht op de client dat het afdrukken is voltooid. Om te voorkomen
dat deze berichten verschijnen, maakt u de selectie van de optie
[Waarschuwing geven als externe documenten worden afgedrukt] op het
tabblad [Geavanceerd] van het dialoogvenster [Eigenschappen voor
afdrukserver] op de afdrukserver ongedaan, en start u de
afdrukserver opnieuw op om de instelling in werking te laten treden.
- Wanneer Windows NT 4.0 op de server wordt gebruikt en Windows XP of
Windows 2000 op de client
Het printerstuurprogramma voor Windows NT 4.0 wordt op de client
geïnstalleerd bij het uitvoeren van een Point en Print Setup.
Het is niet gegarandeerd dat het stuurprogramma voor Windows NT 4.0
goed werkt onder Windows XP of Windows 2000. U lost dit op door op
de client het stuurprogramma te installeren voor Windows XP of
Windows 2000 volgens de procedure die wordt beschreven in "(2)
Wanneer er op de client een ander besturingssysteem wordt gebruikt
- 1".
- Wanneer Windows Me, Windows 98 of Windows 95 op de server wordt
gebruikt
De bi-directionele communicatie met de printer verloopt niet
normaal; er verschijnt een waarschuwing en het afdrukken wordt
soms stopgezet of helemaal niet uitgevoerd. U lost dit probleem op
door [Eigenschappen] te selecteren van het printerstuurprogramma
op de server, klik op [Wachtrij-instellingen...] op het tabblad
[Details] en selecteer [Bi-directionele ondersteuning voor deze
printer uitschakelen].
- Wanneer Windows XP, Windows 2000 of Windows NT 4.0 op de client
wordt gebruikt
Bij het uitvoeren van een Point en Print Setup, wordt de instelling
voor bi-directionele ondersteuning op de client uitgeschakeld. Als
de gebruiker op de client het eigenschappenvenster van het
printerstuurprogramma sluit door op [OK] te klikken, zonder de
bi-directionele ondersteuning in te schakelen, wordt deze functie
ook uitgeschakeld op de server. U lost dit probleem op door het
printerstuurprogramma eerst op de client te installeren door de
procedure op te volgen in "(2) Wanneer er op de client een ander
besturingssysteem wordt gebruikt - 1". U kunt dit probleem ook
voorkomen door de toegangsrechten van de clientgebruiker te
beperken bij het opgeven van een beveiligingsinstelling voor een
gedeelde printer.
- Bij het gebruik een van PrintPoint 140 BJC ethernet-afdrukserver
van Axis Communications kan er wel worden afgedrukt, maar werkt de
bi-directionele communicatie niet.
- Wanneer u afdrukt via het internet (IPP-omgeving), controleert u
de versie van het printerstuurprogramma op de server en installeert
u hetzelfde printerstuurprogramma op de client als een lokale
printer. Hierbij kan de Statusmonitor niet op de client worden
gestart, omdat de printerstatus niet via internet kan worden
opgehaald.
- Wanneer hetzelfde printerstuurprogramma op zowel de server als de
client als een lokale printer is geïnstalleerd, kan er automatisch
een pictogram voor de netwerkprinter op de client worden gemaakt.
_____________________________________________________________________
Download Driver Pack
After your driver has been downloaded, follow these simple steps to install it.
Expand the archive file (if the download file is in zip or rar format).
If the expanded file has an .exe extension, double click it and follow the installation instructions.
Otherwise, open Device Manager by right-clicking the Start menu and selecting Device Manager.
Find the device and model you want to update in the device list.
Double-click on it to open the Properties dialog box.
From the Properties dialog box, select the Driver tab.
Click the Update Driver button, then follow the instructions.
Very important: You must reboot your system to ensure that any driver updates have taken effect.
For more help, visit our Driver Support section for step-by-step videos on how to install drivers for every file type.