Readme_Dutch.txt Driver File Contents (ip90xp185en.exe)

Copyright CANON INC. 2000-2004. Alle rechten voorbehouden.

_____________________________________________________________________

Microsoft Windows XP, Microsoft Windows 2000 BJ-printerstuurprogramma
Canon iP90 versie 1.85
Instructies
_____________________________________________________________________

Canon en BJC zijn gedeponeerde handelsmerken en Bubble Jet is een
handelsmerk van CANON INC.

Microsoft, Windows en Windows NT zijn gedeponeerde handelsmerken
van Microsoft Corporation in de VS en andere landen.

Intel en Pentium zijn gedeponeerde handelsmerken van Intel
Corporation.

Alle andere namen en merken die hier worden genoemd, zijn handels-
merken of gedeponeerde handelsmerken van de respectieve eigenaars.
_____________________________________________________________________

< Inhoud >

Inleiding
  Voorwoord
  Onderdelen van de installatie
  Systeemvereisten
  Voorzorgsmaatregelen
  Installatiemethode
  Waarschuwingsberichten die tijdens de installatie verschijnen
  Het printerstuurprogramma verwijderen

Instellingen voor het printerstuurprogramma opgeven
  Het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma openen
  Opmerkingen bij toepassingen
  Het printerstuurprogramma gebruiken

Informatie over afdrukken in een netwerk
  Voorwoord
  Te gebruiken versie van het printerstuurprogramma
  Installatie- en configuratiemethoden
  Beperkingen met betrekking tot het netwerk

=====================================================================
Inleiding
=====================================================================

< Voorwoord >

Dit bestand bevat belangrijke informatie over het configureren en
gebruiken van het BJ-printerstuurprogramma waarbij deze Leesmij is
geleverd. U kunt met het BJ-printerstuurprogramma afdrukken op de
Canon BJ-printer vanuit toepassingen die worden uitgevoerd onder
Microsoft (R) Windows (R) XP of Microsoft (R) Windows (R) 2000.
Voordat u de printer kunt gebruiken, moet u het
printerstuurprogramma op uw computer installeren.

Dit bestand bevat informatie over het gebruik van de printer met een
USB-verbinding.	
Als u de Bluetooth-optie gebruikt, raadpleegt u de "Bluetooth Unit
BU-10 User's Guide".

< Onderdelen van de installatie >

Het installatiepakket bestaat uit de volgende onderdelen:

  - Installatieprogramma (Setup.exe)
    Installeert het BJ-printerstuurprogramma op de computer.

  - BJ-printerstuurprogramma (wordt in dit document simpelweg
    "printerstuurprogramma" genoemd)
    De software waarmee u op de printer kunt afdrukken.

  - Uninstaller
    Hiermee kunt u het printerstuurprogramma van de computer
    verwijderen.

  - Leesmij (readme_dutch.txt)
    Dit document. Dit bevat belangrijke informatie over het
    printerstuurprogramma.
    U kunt dit bestand na de installatie lezen door [Start]
    -[Programma's]-[Canon iP90]-[Leesmij] te kiezen.

< Systeemvereisten >

Voor deze software is de volgende systeemconfiguratie vereist:

Besturingssysteem
  Windows XP Home Edition
  Windows XP Professional
  Windows 2000 Professional of
  Windows 2000 Server/Advanced Server

    Opmerking:
    - Dit product is speciaal ontworpen voor 32-bits versies
      van Windows.
    - De help wordt mogelijk niet correct weergegeven afhankelijk van
      het besturingssysteem of de versie van Internet Explorer.
      Aangeraden wordt het systeem bijgewerkt te houden met 
      Windows Update.

Hardware
  Computer:     Moet normaal werken met het gebruikte
                besturingssysteem. (CPU: Intel Pentium-microprocessor
                of equivalente microprocessor)
  Geheugen:     Moet normaal werken met het gebruikte
                besturingssysteem.
  Harde schijf: Ten minste 100 MB beschikbare ruimte vóór het
                installeren van het stuurprogramma.
  Overig:       Cd-rom-station
  Interface:    USB- of IrDA-interface
  Printerkabel: USB-kabel
  Monitor:      VGA of beter

< Voorzorgsmaatregelen >

Let vóór het installeren van de printer op het volgende.

- Sluit de printer aan op de computer, voordat u het
  installatieprogramma start.
  Zie de handleiding bij de printer voor meer informatie.

- U moet volledige toegangsrechten tot de printerinstellingen hebben
  om een installatie te kunnen uitvoeren. Voordat u de installatie
  start, meld u zich aan als lid van de groep Beheerders (of als
  computerbeheerder in Windows XP).

- Sluit alle actieve toepassingen af.

- Als er een eerdere versie van het printerstuurprogramma op de
  computer is geïnstalleerd, moet u deze verwijderen met de
  uninstaller, voordat u het nieuwe stuurprogramma installeert.
  Volg de instructies op in de sectie "Het printerstuurprogramma
  verwijderen".

- Afhankelijk van de gebruikte omgeving, is het mogelijk dat er een
  Windows-printerstuurprogramma geleverd door Microsoft, automatisch
  op de computer wordt geïnstalleerd. Het wordt echter aanbevolen het
  printerstuurprogramma van Canon te gebruiken.
  
- Als u van plan bent de printer via de IrDA-interface van de
  computer aan te sluiten, raadpleegt u de printerhandleiding voor
  informatie over het installeren van het stuurprogramma voor
  gebruik met IrDA.
  
- Als u een Bluetooth-printer registreert met de functie [Draadloze
  verbinding] van [Printers en andere hardware] in het  
  [Configuratiescherm], voordat u de printer via een USB- of IrDA-
  verbinding gebruikt, is het mogelijk dat de installatie van het
  stuurprogramma niet werkt. In dit geval verwijdert u eerst de
  printer die met de functie [Draadloze verbinding] is geregistreerd
  en installeert u vervolgens het printerstuurprogramma.

- Bij het installeren van het printerstuurprogramma, wordt
  automatisch de taal gekozen die overeenkomt met de taalinstelling
  in het Configuratiescherm van de computer. Als de instelling van
  het Configuratiescherm niet door het printerstuurprogramma wordt
  ondersteund, verschijnt onmiddellijk na het starten van Setup.exe
  een scherm, waarin u de gewenste taalversie voor het stuurprogramma
  kunt kiezen.

  Instelling van Configuratiescherm
    * Windows XP
    Selecteer [Configuratiescherm]-[Datum, tijd, taal en
    landinstellingen]-[Taal- en landinstellingen] en selecteer op het
    tabblad [Geavanceerd] de taal onder [Taal voor programma's die
    niet Unicode-compatibel zijn].

    * Windows 2000
    Selecteer [Configuratiescherm]-[Landinstellingen] en klik op
    [Standaard instellen] bij [Taalinstellingen voor het systeem]
    op het tabblad [Algemeen] en geef vervolgens de taal op in
    het dialoogvenster [Landinstellingen voor het systeem
    selecteren].

< Installatiemethode >

De installatiemethode die hieronder wordt beschreven, is voor het
gebruik van de printer als een lokale printer. Wanneer u de printer
als een netwerkprinter gebruikt, volgt u de installatiemethode op die
wordt beschreven in "Informatie over afdrukken in een netwerk".

U kunt het printerstuurprogramma downloaden vanaf een website van
Canon.
(http://www.canon.com/)

    Opmerking:
    Wanneer u het gedownloade gecomprimeerde bestand uitpakt, slaat u
    het bestand op in een map, bijvoorbeeld [C:temp]. Gebruik alleen
    Romeinse letters in de mapnaam, anders wordt het
    printerstuurprogramma niet goed geïnstalleerd.

  1. Schakel de printer UIT.

     Opmerking:
     Als u de computer aanzet terwijl de printer aan staat,
     verschijnt de wizard [Nieuwe hardware gevonden] automatisch bij
     het opstarten van de computer. Klik op [Annuleren] als dit
     gebeurt.

  2. Open de map die het programma bevat.

  3. Dubbelklik op [Setup.exe] om het installatieprogramma te 
     starten.

  4. Klik op [Volgende] op het scherm [Welkom].

  5. Lees de [Licentie-overeenkomst]. Klik op [Ja] als u met de
     voorwaarden akkoord gaat.

     Het kopiëren van bestanden wordt gestart.

  6. Wanneer het scherm [Printerpoort] verschijnt, schakelt u de
     printer in en wacht u tot de poort wordt herkend.

     Opmerking:
     Als u de printerpoort zelf wilt kiezen, selecteert u 
     [Printerpoort selecteren] en klikt u op [Handmatige selectie]. 
     Selecteer de poort in het scherm [Poort selecteren] en klik 
     op [Volgende].

  7. Wanneer het bericht [Installatie voltooid] verschijnt, klikt u
     op [Voltooien].

     Opmerking:
     In bepaalde omgevingen verschijnt het bericht dat u de computer
     opnieuw moet opstarten, nadat u op [Afsluiten] klikt. Het is
     raadzaam de computer opnieuw op te starten, omdat de installatie
     zo kan worden voltooid.

< Waarschuwingsberichten die tijdens de installatie verschijnen >

  - In bepaalde omgevingen, verschijnt een bericht waarin u wordt
    gevraagd of u het bestaande printerstuurprogramma wilt vervangen.
    Klik op [Ja] als dit bericht verschijnt.

  * Windows XP
  Als het bericht verschijnt dat de software niet geschikt is
  bevonden door de Windows-logotest, kiest u ervoor om toch door te
  gaan met het installatieproces.

  * Windows 2000
  Als het bericht verschijnt dat de digitale handtekening niet werd
  gevonden, klikt u op [Ja] om door te gaan met het 
  installatieproces.

< Het printerstuurprogramma verwijderen >

Verwijder het printerstuurprogramma door de volgende procedure op te
volgen:

  1.  Selecteer [Programma's] in het menu [Start] en klik vervolgens
      op [Canon iP90].

  2.  Klik op [Uninstall].

  3.  Als het dialoogvenster [Verwijdering bestand bevestigen]
      verschijnt, klikt u op de knop [OK].

     Opmerking:
     - Het printerstuurprogramma heeft geen uninstallprogramma 
       wanneer het niet met het installatieprogramma is 
       geïnstalleerd. Verwijder het printerstuurprogramma aan de 
       hand van onderstaande procedure:

     1)  Selecteer [Instellingen] in het menu [Start] en klik op
         [Printers].
     2)  Selecteer de naam van de printer die u wilt verwijderen en
         selecteer [Verwijderen] in het menu [Bestand].
     3)  Selecteer [Servereigenschappen] in het menu [Bestand].
     4)  Klik op het tabblad [Geavanceerd] en selecteer de naam
         van de printer die moet worden verwijderd onder
         [Geïnstalleerde printerstuurprogramma's].
     5)  Klik op [Verwijderen], [OK].

=====================================================================
Instellingen voor het printerstuurprogramma opgeven
=====================================================================

< Het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma openen >

  - Openen vanuit de toepassing
    U opent het printerstuurprogramma vanuit de toepassing door
    [Bestand]-[Pagina-instelling] te selecteren en op [Printer] te
    klikken, of door [Bestand]-[Afdrukken...] te selecteren en op
    [Eigenschappen] te klikken.

  - Direct openen
    Wanneer u veel gebruikte instellingen wilt opgeven of toegang
    wilt krijgen tot de onderhoudsfuncties van de printer, volgt u
    onderstaande procedure op. Gebruik de onderhoudsfuncties niet
    wanneer er wordt afgedrukt.

    1) Selecteer de volgende items in het menu [Start]:
       Voor Windows XP  :  [Printers en faxapparaten]
       Voor Windows 2000:  [Instellingen]-[Printers]
    2) Klik op het pictogram van het printermodel dat u wilt
       gebruiken.
    3) Selecteer [Voorkeursinstellingen voor afdrukken] in het menu
       [Bestand].

< Opmerkingen bij toepassingen >

  - Microsoft Word/Microsoft Corporation
    Als u een hogere waarde opgeeft dan 1 bij [Pagina's per vel] in
    het dialoogvenster [Afdrukken] van Word, gebruikt u niet de optie
    [Paginaopmaak afdrukken] op het tabblad [Pagina-instelling] van
    het printerstuurprogramma. Als u voor beide instellingen een
    hogere waarde opgeeft dan 1, wordt het afdrukken niet correct
    uitgevoerd. Wanneer u meer dan een pagina per vel wilt afdrukken,
    geeft u dit op door slechts een van de instellingen te wijzigen.

  - Microsoft Word/Microsoft Corporation
    Wanneer u in het dialoogvenster [Afdrukken] de optie [Aanpassen
    aan papierformaat] gebruikt, gebruikt u niet de optie [Afdrukken
    op schaal] op het tabblad [Pagina-instelling] van het
    printerstuurprogramma. Als u deze optie gebruikt, krijgt de optie
    [Papierformaat printer] op het tabblad [Pagina-instelling] van
    het printerstuurprogramma voorrang boven de optie [Aanpassen aan
    papierformaat] van Word.

  - Microsoft Word/Microsoft Corporation
    Wanneer de optie [Formaat zonodig wijzigen in A4/Letter] van Word
    is ingeschakeld en de optie [Afdrukstand] in het dialoogvenster
    [Pagina-instelling] van Word is ingesteld op [Staand] en de
    [Afdrukstand] in het printerstuurprogramma is ingesteld op
    [Liggend], wordt het afdrukken niet correct uitgevoerd. U kunt
    dit voorkomen door vóór het afdrukken de optie [Formaat zonodig
    wijzigen in A4/Letter] uit te schakelen. U krijgt toegang tot
    deze functie door het dialoogvenster [Opties] te openen vanuit
    het menu [Extra] van Word en te klikken op het tabblad
    [Afdrukken].

  - Microsoft Word/Microsoft Corporation
    Wanneer u het [Papierformaat] en de [Afdrukstand] wilt wijzigen,
    doet u dit in Word en niet in het printerstuurprogramma.

  - Microsoft Word/Microsoft Corporation
    Wanneer u [Afdrukken op schaal], [Passend op papierformaat] of 
    [Pagina-indeling afdrukken] selecteert bij [Afdruktype] op het
    tabblad [Pagina-instelling], doet u het volgende:

    1. Open het dialoogvenster [Afdrukken] van Word.
    2. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
       en selecteer [Afdruktype] op het tabblad [Pagina-instelling].
       Klik op OK.
    3. Sluit het venster [Afdrukken] zonder het afdrukken te starten.
    4. Open het dialoogvenster [Afdrukken] van Word opnieuw.
    5. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
       en klik opnieuw op [OK].
    6. Start het afdrukken.

  - Microsoft Excel 2002/Microsoft Corporation
    Als de optie "Formaat zonodig wijzigen in A4/Letter" in Excel
    2002 is ingeschakeld en de instelling voor "Papierformaat" op het
    tabblad "Pagina-instelling" van het printerstuurprogramma komt
    niet overeen met de instelling voor papierformaat in Excel (de
    ene optie staat ingesteld op A4 en de andere op Letter), wordt
    bij het afdrukken de instelling van het printerstuurprogramma
    gebruikt. Als er een probleem optreedt, geeft u in het
    printerstuurprogramma dezelfde instelling op voor het
    papierformaat als in Excel. U kunt ook in Excel op het tabblad
    "Internationaal" de optie "Papierformaat zonodig wijzigen in
    A4/Letter" uitschakelen. U krijgt toegang tot deze optie door
    [Opties] te kiezen in het menu [Extra]. Vervolgens drukt u de
    gegevens af.

  - Lotus Organizer 2.1/97/Lotus Corporation
    In Lotus Organizer wordt in kleur afgedrukt, zelfs wanneer
    monochroom afdrukken is geselecteerd. U kunt dit voorkomen door
    [Grijstinten] in het printer-stuurprogramma in te schakelen.

  - Photoshop/Adobe Systems Inc.
    Het afdrukken wordt niet uitgevoerd als u geen
    systeembeheerdersrechten hebt. Zorg dat u zich aanmeldt met
    systeembeheerdersrechten.

  - Lotus Notes/Lotus Corporation
    Het systeem kan zich bij bepaalde afdruktaken vergrendelen. Zorg
    dat u in de pagina-instellingen van Notes een boven- en
    ondermarge opgeeft van 22,86 mm (0,9 inch) of 27,94 mm (1,1 
    inch).

  - Microsoft Outlook/Microsoft Corporation
    Als u het afdrukken vanuit de toepassing annuleert, loopt de
    volgende afdruktaak vast. Selecteer op het tabblad [Geavanceerd]
    van het eigenschappenvenster van de printer, de functie spoolen
    voor het document.

  - CorelDraw 8/Corel Corporation
    Er kunnen zich problemen voordoen bij het openen van het
    eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma vanuit
    CorelDraw 8.0. Het systeem kan vastlopen of tekens kunnen
    vervormd raken. U voorkomt dit door het eigenschappenvenster van
    het printerstuurprogramma te openen vanuit de map [Printers], de
    gewenste instellingen op te geven en vervolgens af te drukken
    vanuit de toepassing. Dit probleem doet zich niet voor in
    CorelDraw 9.0.

  - Illustrator/Adobe Systems Inc.
    Het afdrukken van bitmaps duurt lang of er worden enkele
    gegevens niet afgedrukt.
    Maak de selectie van de optie voor bitmap afdrukken in het
    dialoogvenster [Afdrukken] ongedaan en druk opnieuw af.

< Het printerstuurprogramma gebruiken >

Bij het gebruik van het printerstuurprogramma gelden enkele
beperkingen. Houd bij het afdrukken rekening met het volgende:

  - Bij het gebruik van bepaalde toepassingen, werkt de instelling
    voor [Aantal] niet, wanneer u deze instelling opgeeft in het
    printerstuurprogramma. In dergelijke gevallen geeft u de
    instelling op in het dialoogvenster [Afdrukken] van de
    toepassing.

  - Bij bepaalde toepassingen werkt het afdrukken niet goed als u
    meerdere exemplaren van een document probeert af te drukken en
    de optie [Sorteren] is geselecteerd op het tabblad
    [Pagina-instelling] van het printerstuurprogramma of in het
    dialoogvenster [Afdrukken] van de toepassing. U kunt dit alleen
    oplossen door de optie [Sorteren] uit te schakelen.
    
  - Bij het afdrukken zonder marges wordt het document zodanig 
    vergroot dat het buiten het paginabereik ligt en daardoor zonder
    marges wordt afgedrukt. Als [P 89x254mm] is geselecteerd bij 
    [Paginaformaat] op het tabblad [Pagina-instelling], wordt het 
    gedeelte dat buiten de pagina ligt, groter dan wanneer een ander
    paginaformaat wordt geselecteerd. Als u niet tevreden bent met
    het resultaat van afdrukken zonder marges, verlaagt u de 
    hoeveelheid uitbreiding, zodat er meer van het document wordt
    afgedrukt.

  - Bij bepaalde toepassingen werkt het afdrukken niet goed als
    [Afdruktype] of [Halftonen] is ingesteld op [Auto]. In dit geval
    start u de [Afdrukadviseur] op het tabblad [Afdruk] en selecteert
    u de optie [Een foto van topkwaliteit afdrukken] of [Tabellen en
    diagrammen afdrukken]. U kunt ook [Afdrukkwaliteit] op het
    tabblad [Afdruk] instellen op [Aangepast] en een andere
    instelling dan [Auto] kiezen voor [Halftonen]. Stel vervolgens
    [Kleuraanpassing] in op [Handmatig] en selecteer een andere
    instelling dan [Auto] voor [Afdruktype].

  - Wanneer u gegevens afdrukt met gradaties of met veel grafische
    informatie, is het mogelijk dat deze niet worden afgedrukt. Dit
    gebeurt als er onvoldoende schijfruimte op de harde schijf is
    voor de tijdelijke opslag van gegevens. U lost dit op door 40-50
    MB ruimte vrij te maken op de schijf waar Windows XP of Windows
    2000 is geïnstalleerd. U kunt ook voldoende ruimte instellen 
    voor de spoolmap op de schijf. U wijzigt de locatie van de 
    spoolmap als volgt:    
    1. Selecteer de volgende items in het menu [Start]:
       Voor Windows XP  :  [Printers en faxapparaten]
       Voor Windows 2000:  [Instellingen]-[Printers]
    2. Selecteer [Servereigenschappen] in het menu [Bestand].
    3. Klik op het tabblad [Geavanceerd], wijzig de stationsnaam bij
       [Spoolmap] en klik vervolgens op [OK].

  - Als u een afdruktaak in de map Printer tijdens het afdrukken
    annuleert, duurt het enige tijd voordat het afdrukken
    daadwerkelijk stopt.

  - In sommige gevallen lukt het afdrukken niet als er onvoldoende
    virtueel geheugen is. U kunt dit oplossen door het wisselbestand
    te vergroten. U opent hiertoe het eigenschappenvenster [Systeem]
    door te dubbelklikken op [Systeem] in het Configuratiescherm of
    door te rechtsklikken op [Deze computer] en [Eigenschappen] te
    kiezen. Klik vervolgens op het tabblad [Geavanceerd], klik op
    [Instellingen voor prestaties...], klik op [Wijzigen...], wijzig
    de grootte van het wisselbestand, klik op [Instellen] en klik op
    [OK].
    
  - Als de geselecteerde [Taal] in het dialoogvenster [Info] niet 
    overeenkomt met de taal van het besturingssysteem, wordt het 
    scherm van het printerstuurprogramma mogelijk niet correct 
    weergegeven.
    
  - Wanneer u via de IrDA-interface op een Canon iP90 afdrukt, 
    werken de functies die van bi-directionele communicatie 
    afhankelijk zijn, niet. Daarom zullen berichten die op deze 
    functie betrekking hebben, zoals het bericht dat het papier op 
    is, niet in de BJ-statusmonitor verschijnen.

  - Wijzig niet de instellingen voor [Afdrukprocessor...] op het
    tabblad [Geavanceerd] van het eigenschappenvenster van de
    printer. Als u dit wel doet, kunnen de volgende functies niet
    worden gebruikt.
     - [Paginaopmaak afdrukken], [Poster afdrukken], [Boekwerkje
       afdrukken] en [Dubbelzijdig afdrukken] op het 
       tabblad [Pagina-instelling]
     - Alle functies op het tabblad [Stempel/Achtergrond]
     - [Afdrukvoorbeeld] op het tabblad [Afdruk]

  - De volgende functies kunnen niet worden gebruikt als u de optie
    [Geavanceerde afdrukfuncties inschakelen] op het tabblad
    [Geavanceerd] van het eigenschappenvenster van het
    printerstuurprogramma uitschakelt:
    - [Paginaopmaak afdrukken], [Poster afdrukken], [Boekwerkje
      afdrukken], [Dubbelzijdig afdrukken], [Omgekeerde 
      volgorde] en [Sorteren] op het tabblad [Pagina-instelling]
    - Alle functies op het tabblad [Stempel/Achtergrond]
    - [Afdrukvoorbeeld] op het tabblad [Afdruk]
    - [Hoeveelheid spoolgegevens reduceren] in het dialoogvenster
      [Afdrukopties]

  - De volgende functies kunnen niet worden gebruikt als u een
    toepassing gebruikt die EMF-spooling niet ondersteunt
    (bijvoorbeeld Adobe PhotoShop LE en MS Photo Editor):
    - [Paginaopmaak afdrukken], [Poster afdrukken], [Boekwerkje
      afdrukken],[Dubbelzijdig afdrukken], [Omgekeerde 
      volgorde] en [Sorteren] op het tabblad [Pagina-instelling]
    - Alle functies op het tabblad [Stempel/Achtergrond]
    - [Afdrukvoorbeeld] op het tabblad [Afdruk]

  - De volgende functies kunnen niet worden gebruikt als u
    [Afdrukken naar bestand] selecteert in het dialoogvenster
    [Afdrukken] van de toepassing:
    - [Paginaopmaak afdrukken], [Poster afdrukken], [Boekwerkje
      afdrukken], [Dubbelzijdig afdrukken, [Omgekeerde volgorde] en
      [Sorteren] op het tabblad [Pagina-instelling]
    - Alle functies op het tabblad [Stempel/Achtergrond]
    - [Afdrukvoorbeeld] op het tabblad [Afdruk]

  - Wanneer [Paginaopmaak] op het tabblad [Pagina-instelling] is
    ingesteld op [2 pagina-afdruk] of hoger, kunnen in bepaalde
    toepassingen de pagina's worden afgekapt. Als dit gebeurt, past u
    de lay-out van de pagina's aan in de toepassing.

  - Wanneer u een poster, stempel of achtergrond afdrukt, is het
    aantal weergegeven pagina's van het document in de wachtrij
    groter dan het werkelijke aantal pagina's.

  - De kleuren in de schermweergave van de toepassing, kunnen
    verschillen van de kleuren in de weergave van het voorbeeld.

  - De kleuren in de weergave van het voorbeeld, kunnen verschillen
    van de kleuren op de afdruk.

  - Aangezien de resolutie in de weergave van het voorbeeld verschilt
    van de resolutie van de afdruk, kunnen tekst en lijnen in het
    voorbeeld er anders uitzien dan in de eigenlijke afdruk.

  - Bij sommige toepassingen wordt het afdrukken onderverdeeld in
    meerdere taken. In dit geval wordt in de weergave van het
    voorbeeld alleen de taak weergegeven die wordt afgedrukt en kan
    de weergave er anders uitzien dan door de gebruiker was bedoeld.

  - De weergave van het voorbeeld kan in de volgende gevallen niet
    worden gebruikt:
    - Wanneer tijdens het afdrukken op met de rechtermuisknop wordt
      geklikt op het printerpictogram en [Printer off line gebruiken]
      wordt geselecteerd
    - Tijdens het afdrukken buiten de opgegeven tijden, wanneer
      [Beschikbaar van] is ingesteld op het tabblad [Geavanceerd] van
      het eigenschappenvenster van de printer
      
  - Als u de Bluetooth-optie gebruikt en een van onderstaande acties
    uitvoert, is het mogelijk dat de afdruktaak niet wordt beëindigd
    en dat het bericht "Bezig met afdrukken" op de statusmonitor
    wordt weergegeven, zelfs nadat het afdrukken is voltooid en de
    afdruk is uitgeworpen. Als dit gebeurt, klikt u op de knop
    [Afdrukken annuleren] op de statusmonitor of annuleert u de
    afdruktaak vanuit de afdrukwachtrij van de printer.
    - U verplaatst de printer tijdens het afdrukken naar een locatie 
    waar de printer buiten het bereik van de radiogolven staat of
    waar de radiogolven niet krachtig genoeg zijn.
    - U schakelt de printer uit.  
  
  - Als u een Bluetooth-printer gebruikt en u annuleert het afdrukken
    nadat er een fout is opgetreden, kunt u mogelijk geen afdruk-    
    bewerkingen meer uitvoeren. Als dit gebeurt, zet u de printer uit
    en weer aan.

  - Meer details over functies in Windows XP of Windows 2000 kunt u
    vinden in de bijbehorende gebruikershandleidingen.

=====================================================================
Informatie over afdrukken in een netwerk
=====================================================================

< Voorwoord >

In Windows kunnen een of meer gebruikers een printer in een netwerk
delen. Hiervoor moeten wel enkele instellingen worden opgegeven op de
computers die verbonden zijn met het netwerk.

De computer waarop de printer is aangesloten heet een afdrukserver
(hierna simpelweg server genoemd). De computer die de printer
gebruikt die is aangesloten op een server in een netwerk, wordt de
clientmachine genoemd (hierna simpelweg client).

De server en de client hoeven niet hetzelfde besturingssysteem te
hebben. De installatiemethode en de beperkingen op het gebruik,
verschillen echter wel, afhankelijk van de combinatie van
besturingssystemen op de server en client.

< Te gebruiken versie van het printerstuurprogramma >

- Gebruik het printerstuurprogramma dat overeenkomt met de
  besturingssystemen op de server en de client.

- De combinatie van het printerstuurprogramma (gemaakt door
  Microsoft) dat onderdeel is van Windows en een
  printerstuurprogramma van Canon, biedt niet de mogelijkheid voor
  het afdrukken in een netwerk. Gebruik de stuurprogramma's van Canon
  op zowel de server als clients.

- De printerstuurprogramma's die op de server en clients worden
  gebruikt, moeten dezelfde versie hebben. Wanneer Windows XP wordt
  gebruikt met Windows 2000, installeert u printerstuurprogramma
  versie 1.85 op zowel de server als de client.

Opmerking:
 Er is geen printerstuurprogramma voor Windows NT 4.0 voor een
 printer die geen parallelle interface heeft.

- Wanneer Windows Me, Windows 98 of Windows 95 wordt gebruikt,
  installeert u de nieuwste versie van het BJ-printerstuurprogramma
  voor het betreffende besturingssysteem.

< Installatie- en configuratiemethoden >

Gebruik de installatiemethode die behoort bij het type
besturingssysteem dat op de server wordt gebruikt.

  - Windows XP of Windows 2000 ----- (1), (2)
    Opmerking:
    Gebruik een procedure die overeenkomt met het type
    besturingssysteem dat op de client wordt gebruikt.

  - Windows Me, Windows 98 of Windows 95 ----- (3)

(1) Wanneer zowel de server als de client hetzelfde
    besturingssysteem hebben Server: Windows XP of Windows 2000,
    Client: Windows XP of Windows 2000

  1. Installeer op de server een printerstuurprogramma dat geschikt
     is voor het besturingssysteem. De installatiemethode is ongeveer
     hetzelfde als voor een gewone lokale printer.

  2. Stel de printer die is aangesloten op de afdrukserver, in als
     een gedeelde printer. Instructies hiervoor kunt u vinden in de
     Help van Windows.

     Installatie door middel van aanwijzen en afdrukken (methode
     waarbij een printerstuurprogramma voor clients wordt opgeslagen
     op de afdrukserver met gebruikmaking van de functie [Extra
     stuurprogramma's] in Windows XP of Windows 2000) is hier
     mogelijk. (Wanneer u dit doet, slaat u stap 3 over.)

  3. Installeer op de client een printerstuurprogramma dat geschikt
     is voor het besturingssysteem. De installatiemethode is ongeveer
     hetzelfde als voor een gewone lokale printer.

      Opmerking:
      - U kunt tijdens de installatie een willekeurige poort kiezen.
        Hierna voltooit u de installatie.
      - Wanneer u het printerstuurprogramma installeert met het
        installatieprogramma, verschijnt er een bericht waarin u
        wordt gevraagd de printer in te schakelen. Negeer dit
        bericht.

  4. Open de netwerkcomputer op de client en rechtsklik op het
     pictogram van de gedeelde printer op de server die u wilt
     gebruiken, en selecteer het volgende menu-item:

     - [Verbinden...] voor Windows XP of Windows 2000

  Op deze manier maakt u een pictogram voor een gedeelde printer op
  de client. Aangezien het pictogram van de printer waarvoor in stap
  3 een printerstuurprogramma is geïnstalleerd, niet langer nodig is,
  kan dit worden verwijderd.

(2) Wanneer er op de client een ander besturingssysteem wordt
    gebruikt
    Server: Windows XP, Windows 2000
    Client: Windows Me, Windows 98, Windows 95

  1. Installeer een printerstuurprogramma dat geschikt is voor het
     besturingssysteem op de server. De installatiemethode is
     ongeveer hetzelfde als voor een gewone lokale printer.

  2. Stel de printer die is aangesloten op de afdrukserver, in als
     een gedeelde printer. Instructies hiervoor kunt u vinden in de
     Help van Windows.

  3. Installeer op de client een printerstuurprogramma dat geschikt
     is voor het besturingssysteem. De installatiemethode is
     ongeveer hetzelfde als voor een gewone lokale printer.

     Opmerking:
     - U kunt tijdens de installatie een willekeurige poort kiezen.
       Hierna voltooit u de installatie.
     - Wanneer u het printerstuurprogramma installeert met het
       installatieprogramma, verschijnt er een bericht waarin u wordt
       gevraagd de printer in te schakelen. Negeer dit bericht.

  4. Selecteer [Start]-[Instellingen]-[Printers] op de client.

  5. Rechtsklik op het pictogram van de printer die u wilt gebruiken
     en selecteer [Eigenschappen].

  6. Klik op het tabblad [Details] en klik op [Poort toevoegen...].

  7. Selecteer [Netwerk] en klik op [Bladeren].

  8. Selecteer in de lijst met printers het type gedeelde printer dat
     u wilt gebruiken en klik op [OK].

  Op deze manier maakt u een pictogram voor een gedeelde printer op
  de client.

(3) Wanneer Windows Me, Windows 98 of Windows 95 op de server wordt
    gebruikt
    Server: Windows Me, Windows 98 of Windows 95
    Client: Windows XP, Windows 2000

  1. Installeer op de server een printerstuurprogramma dat geschikt
     is voor het besturingssysteem. De installatiemethode is ongeveer
     hetzelfde als voor een gewone lokale printer.

  2. Stel de printer die is aangesloten op de afdrukserver, in als
     een gedeelde printer. Instructies hiervoor kunt u vinden in de
     Help van Windows.

  3. Installeer op de client een printerstuurprogramma dat geschikt
     is voor het besturingssysteem. De installatiemethode is ongeveer
     hetzelfde als voor een gewone lokale printer.

   Opmerking:
   - U kunt tijdens de installatie een willekeurige poort kiezen.
     Hierna voltooit u de installatie.
   - Wanneer u het printerstuurprogramma installeert met het
     installatieprogramma, verschijnt er een bericht waarin u wordt
     gevraagd de printer in te schakelen. Negeer dit bericht.

  4. Open het dialoogvenster [Printereigenschappen] op de client,
     selecteer [Poort toevoegen...] op het tabblad [Poorten] en voer
     de servernaam en het netwerkpad van de serverprinter in.

  Op deze manier maakt u een pictogram voor een gedeelde printer op
  de client. Aangezien het pictogram van de printer waarvoor in stap
  3 een printerstuurprogramma is geïnstalleerd, niet langer nodig is,
  kan dit worden verwijderd. Bij deze combinatie van
  besturingssystemen kan bi-directionele communicatie niet op de
  normale wijze worden uitgevoerd. Raadpleeg "Wanneer Windows Me,
  Windows 98 of Windows 95 op de server wordt gebruikt" in
  "Beperkingen met betrekking tot het netwerk".

< Beperkingen met betrekking tot het netwerk >

- Wanneer u een netwerkprinter gebruikt en de BJ-statusmonitor op de
  client is actief, wordt er een opdracht naar de printer gestuurd om
  de status op te halen. Als u de optie [Waarschuwing geven als
  externe documenten worden afgedrukt] op het tabblad [Geavanceerd]
  van het dialoogvenster [Eigenschappen voor Afdrukserver] op de
  afdrukserver hebt geactiveerd, verschijnt er bij elke opdracht een
  bericht op de client dat het afdrukken is voltooid. Om te voorkomen
  dat deze berichten verschijnen, maakt u de selectie van de optie
  [Waarschuwing geven als externe documenten worden afgedrukt] op het
  tabblad [Geavanceerd] van het dialoogvenster [Eigenschappen voor
  afdrukserver] op de afdrukserver ongedaan, en start u de
  afdrukserver opnieuw op om de instelling in werking te laten 
  treden.
  
- Als de printer wordt gedeeld in een netwerk, verschijnt het
  bevestigingsbericht voor het vervangen van de inkttank niet op de
  client wanneer het afdrukken wordt gestart. Vergeet niet na
  het vervangen van de inkttank de inktteller opnieuw in te stellen.
  Als u dit niet doet, is het mogelijk dat de waarschuwing voor
  weinig inkt niet goed werkt.

- Wanneer Windows Me, Windows 98 of Windows 95 op de server wordt
  gebruikt

  De bi-directionele communicatie met de printer verloopt niet
  normaal; er verschijnt een waarschuwing en het afdrukken wordt
  soms stopgezet of helemaal niet uitgevoerd. U lost dit probleem op
  door [Eigenschappen] te selecteren van het printerstuurprogramma op
  de server, klik op [Wachtrij-instellingen...] op het tabblad
  [Details] en selecteer [Bi-directionele ondersteuning voor deze
  printer uitschakelen].

- Wanneer Windows XP of Windows 2000 op de client wordt gebruikt
  Bij het uitvoeren van een Point en Print Setup, wordt de instelling
  voor bi-directionele ondersteuning op de client uitgeschakeld. Als
  de gebruiker op de client het eigenschappenvenster van het
  printerstuurprogramma sluit door op [OK] te klikken, zonder de
  bi-directionele ondersteuning in te schakelen, wordt deze functie
  ook uitgeschakeld op de server. U lost dit probleem op door het
  printerstuurprogramma eerst op de client te installeren door de
  procedure op te volgen in "(1) Wanneer zowel de server als de 
  client hetzelfde besturingssysteem hebben". U kunt dit probleem ook
  voorkomen door de toegangsrechten van de clientgebruiker te 
  beperken bij het opgeven van een beveiligingsinstelling voor een
  gedeelde printer.

- Wanneer u afdrukt via internet (IPP-omgeving), controleert u de
  versie van het printerstuurprogramma op de server en installeert u
  hetzelfde printerstuurprogramma op de client als een lokale
  printer. Hierbij kan de Statusmonitor niet op de client worden
  gestart, omdat de printerstatus niet via internet kan worden
  opgehaald.

- Wanneer hetzelfde printerstuurprogramma op zowel de server als de
  client als een lokale printer is geïnstalleerd, kan er automatisch
  een pictogram voor de netwerkprinter op de client worden gemaakt.

_____________________________________________________________________
Download Driver Pack

How To Update Drivers Manually

After your driver has been downloaded, follow these simple steps to install it.

  • Expand the archive file (if the download file is in zip or rar format).

  • If the expanded file has an .exe extension, double click it and follow the installation instructions.

  • Otherwise, open Device Manager by right-clicking the Start menu and selecting Device Manager.

  • Find the device and model you want to update in the device list.

  • Double-click on it to open the Properties dialog box.

  • From the Properties dialog box, select the Driver tab.

  • Click the Update Driver button, then follow the instructions.

Very important: You must reboot your system to ensure that any driver updates have taken effect.

For more help, visit our Driver Support section for step-by-step videos on how to install drivers for every file type.

server: web4, load: 0.63